Primark
'Volgens de Europese ontwerprichtlijn voor ketenzorg moeten ondernemingen zoals Primark, die in Belgische filialen verkopen, aantonen dat de textielarbeiders in Bangladesh een correct loon krijgen.' Foto: Unsplash/ Paul Siewert

Nieuwe vormen van slavernij – gedwongen tewerkstelling, of andere vormen van onvrijheid – duiken ook op in de Europese Unie en in België. De Europese richtlijn over ketenaansprakelijkheid kan een historische stap zijn, maar onder druk van multinationals staat het voorstel on hold.

Luc Cortebeeck, Voormalig voorzitter van het ACV, de IAO en WSM
 23 februari 2024

Is het des mensen dat er onderdrukkers en nderdrukten zijn? Dat onderdrukten soms zelf onderdrukkers worden. Dat mensen totale vrijheid voor zichzelf opeisen en daarmee anderen in onvrijheid duwen? Dat zoveel macht van enkelen, onmacht van massa’s creëert? Dat de winstmachine van giganten en beurzen in tijden van oorlog en pandemie floreren, terwijl zoveel mensen creperen?

Ik moet toegeven dat ik in een halve eeuw actief leven geen goed antwoord vond op deze vragen. De zo bejubelde meritocratie is een slimme reproductie van de al even valse American dream, die voorhoudt dat elk individu, als hij maar zijn best doet, hogerop kan klimmen. Maar de graad van ongelijkheid tussen mensen kan nooit verantwoord worden door zoveel verschil in maatschappelijke verdienste tussen diezelfde mensen.

In onze moderne tijd gaat slavernij niet om mensen die bezit van anderen zijn, maar wel volledig afhankelijk zijn van anderen.

Slavernij is een extreme vorm van ongelijkheid, waarvan ik in mijn schooltijd geleerd heb dat die gelukkig in de negentiende eeuw afgeschaft was. Jaren later zag ik met eigen ogen dat ze wel nog bestaat. We moeten onze ogen openhouden voor vormen van moderne slavernij, gedwongen arbeid, en voor alle mogelijke vormen van onderschikking en afhankelijkheid die haast ongemerkt binnensluipen in de economie en de samenleving, ook bij ons.

Afhankelijkheid

Laten we het eenvoudig houden. Bij de historische slavernij gaat het om mensen die letterlijk en juridisch het bezit zijn van anderen, van machtige mensen, en dus compleet onvrij zijn. In onze moderne tijd gaat het om mensen die geen bezit zijn, maar die wel volledig afhankelijk zijn van anderen.

Zonder die afhankelijkheid hebben slachtoffers van moderne slavernij geen bestaansmiddelen. Ze kunnen niet gaan en staan waar ze willen, ze hebben geen vrijheid. Anderen beslissen over haast alle aspecten van hun leven.

'Ik huilde en smeekte mijn Qatarese werkgever om terug te mogen keren naar Nepal' 


Lees het verhaal van Jit Bahadur Lungeli, uit het Nepalese district Sindhuli, opgetekend door WSM. Lungeli is getrouwd en heeft vier kinderen, een zoon en drie dochters. In Qatar werkte hij aan verschillende bouwprojecten, uit financiële noodzaak. Voor zijn visum en medisch onderzoek moest hij 70.000 roepies, omgerekend 547 euro, betalen. Hij ging er een lening voor aan.

‘Ze brachten me in Qatar naar de firma Redco Construction Almana’, vertelt hij. ‘De werkgever nam onmiddellijk mijn paspoort en andere documenten af en legde me een contract voor in het Arabisch. Ik vroeg hem wat de inhoud was. Hij werd boos, sloeg met een hamer op tafel en schreeuwde dat ik moest tekenen. Wat kon ik doen?’

In Nepal hoorde hij dat hij 650 Qatarese rial per maand zou verdienen, hij kreeg er slechts 350 rial (84 euro).

‘Eerst werkte ik als metselaar in het Unnasathi Villa project, een groot villacomplex. Toen dit project beëindigd was, werden we verplaatst naar een werf op de prestigieuze site in Doha, The Pearl, een kunstmatig eiland. Voor de bouw van twee torens werkten we met 12.000 tot 15.000 arbeiders van verschillende nationaliteiten, Indiërs, Egyptenaren, Filippijnen, Myanmarezen, Vietnamezen en ongeveer 1.600 Nepalezen. Nepalezen zijn de goedkoopste werkkrachten. Zij krijgen veel minder dan de werknemers uit India, voor hetzelfde werk.’

Het werkkamp waar hij verbleef, was overbevolkt. ‘Op een kamer van vier leefden we met twaalf. Er was geen voedsel en de kookfaciliteiten waren armzalig. Ik stond op om 2 uur ’s morgens, om mijn lunch te bereiden. De bus vertrok om 4 uur en deed er twee uur over om naar de werf te rijden. We werkten tot 12 uur ’s middags, tot het heel heet was. Ik at wat ik ’s nachts had klaargemaakt. In de namiddag werkten we verder van 13 tot 18 uur.’

‘Toen hoorde ik dat mijn oudste zoon van veertien verongelukt was bij een busongeluk. Ik huilde en smeekte mijn werkgever om terug te mogen keren naar Nepal. In dat geval, zei hij me, moest ik twee jaar loon en de visakosten terugbetalen. Dat kon ik niet. Ik voelde me slecht en schuldig. Pas meer dan een jaar later kon ik naar Nepal.’ 

Ter plaatse

Tijdens een missie van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) – de VN-organisatie, waarin werkgevers, vakbonden en regeringen vanuit de hele wereld een globale arbeidswetgeving maken, met inmiddels al 190 conventies of internationale verdragen – kon ik met eigen ogen zien dat het waar was wat Jit Bahadur Lungeli vertelde. Ik hoorde er vele gelijkaardige verhalen.

Maar om de regering van Qatar te dwingen om die missie van de IAO te aanvaarden, hebben we alles op alles moeten zetten. Het gelobby van Qatar tartte elke verbeelding en de wereld keek de andere kant op. Het heeft ons anderhalf jaar gekost om een stemming daarover te winnen. Eindelijk konden we in maart 2016 met een delegatie van drie voorzitters (voor regeringen, werkgevers, en werknemers) ter plaatse gaan, en konden we met een unaniem rapport de wereld overtuigen.

Nu Europa meer gas dan ooit uit Qatar invoert, als alternatief voor het Russische gas, rijzen ernstige twijfels of Europa druk kan blijven zetten op Qatarese mensenrechten.

Toen de regering van Qatar voelde dat het protest ernstig werd, en dat ze wel actie moest ondernemen om het imago en het Wereldkampioenschap voetbal van 2022 te redden, veranderden wetten. Werknemers ter plaatse getuigden dat er vooruitgang werd geboekt.

Maar nog veel te weinig. De zogenaamde Qatargate in het Europese Parlement geeft alvast aan dat voor het regime alle middelen goed zijn om steun voor hun land te kopen.

Het is de verantwoordelijkheid van onze en alle Europese regeringen om de Qatarese regering zwaar onder druk te houden en arbeidsmigranten niet in de steek te laten. Nu Europa meer gas dan ooit uit Qatar invoert, als alternatief voor het Russische gas, rijzen daarover ernstige twijfels. Bovendien werpt Qatar zich in de Gaza-oorlog op als bemiddelaar tussen Israël en Hamas.

Nochtans is die internationale druk noodzakelijk, ook als hefboom om andere Golfstaten, zoals de Verenigde Arabische Emiraten en Saudi-Arabië met dezelfde IAO-instrumenten te vatten. Ook zij organiseren hun arbeid zoals Qatar, op basis van het beruchte kafala-systeem, waarbij werkgevers zogenaamd voogd zijn van werknemers.

Democratie van korte duur

Ik zou kunnen vertellen over de tragiek van Myanmar, waar het leger massa’s mensen opeist om gedwongen te werken, tot en met kinderen die de wapens van het leger moeten dragen. In 2012 slaagden de IAO en de VN erin het systeem te keren. Spijtig genoeg was de democratie van korte duur. Eerst was er de vervolging van de Rohingya, een etnische groep die voornamelijk moslim is, en in 2021 greep het leger opnieuw gewelddadig de macht, met opnieuw een sterke opstoot van de gedwongen arbeid.

Hoe meer democratieën in gevaar zijn, hoe sterker het risico op dwangarbeid en slavernij. Laat dat nu een van de betreurenswaardige evoluties van onze tijd zijn, het gaat niet zo goed met de democratie. Autocratische ideeën maken school en gelijknamige regimes rukken op. Denk maar aan de gedwongen arbeid van de Oeigoeren, een Turks en islamitisch volk, in China.

Met de afschaffing van slavernij en van de slavenhandel in de negentiende eeuw is het probleem dus niet verdwenen. De omvang ervan is verminderd, maar de plaag werd nooit helemaal uitgeroeid.

Of het nu gaat om meisjes en vrouwen die gedwongen in de prostitutie werken, in de thuisarbeid, mannen in de landbouw of de bouw, kinderen in zogenaamde sweatshops, of meisjes die gedwongen worden te huwen, hun levens worden gecontroleerd door hun uitbuiters of machtshebbers. Ze hebben geen vrije keuze over wat dan ook in hun leven.

Volgens de nieuwste Global Slavery Index leven 50 miljoen in moderne slavernij, 10 miljoen meer dan in 2016.

In 2016 werd het aantal slachtoffers van moderne slavernij geschat op 40 miljoen mensen, maar volgens de nieuwste Global Slavery Index, opgesteld door de IAO en mensenrechtenorganisatie Walk Free in 2021, is dat aantal toegenomen tot 50 miljoen. Gewapende conflicten, de COVID-19-pandemie en de aantasting van het milieu zijn de drivers van die verhoging.

Van de 50 miljoen slachtoffers bevindt 28 miljoen zich in gedwongen arbeid, en 22 miljoen in gedwongen huwelijken, schuldslavernij of mensenhandel. De laatste 5 jaar zijn 89 miljoen mensen voor korte of lange tijd slachtoffer geweest van moderne slavernij. De auteurs van de index zijn zich ervan bewust dat, door gebrek aan betrouwbare gegevens voor sommige landen, de reële getallen in werkelijkheid hoger liggen.

Escalatie

De meeste slachtoffers vinden we in India, China en Noord-Korea. Ook in Eritrea en Mauritanië is de plaag wijd verspreid. België behoort tot de landen waar slavernij weinig voorkomt, toch zal het aantal slachtoffers hier verrassen: het zijn er 11.000. En wat nog meer zal verrassen is dat gedwongen arbeid voor meer dan de helft (52 procent) voorkomt in hoge en middeninkomenslanden. In diezelfde landen wordt een kwart van de gedwongen huwelijken geteld.

Wanneer we iets verder ingaan op deze gegevens, leren we dat vrouwen en meisjes het ergst getroffen zijn. Zij vormen 71 procent van het totale aantal slachtoffers van gedwongen arbeid en gedwongen huwelijken. Van de 28 miljoen mensen in gedwongen arbeid werkt 86 procent in de private economie, 14 procent werkt voor staten. 23 procent bevindt zich in de commerciële seksuele exploitatie. Meer dan 3,3 millioen slachtoffers (12 procent) zijn kinderen.

Getallen zeggen iets, maar ze blijven abstract. Ze doen ons vergeten dat het over mensen gaat, ze verdoezelen de miserie die erachter zit.

Neem nu kinderarbeid, de strijd ertegen ging gedurende enkele decennia de goede richting uit, tot de pandemie ons overviel en gewapende conflicten opnieuw escaleerden, niet alleen in Europa, maar ook in Afrika. Sindsdien stagneerde de daling van kinderarbeid, nog steeds de realiteit voor 160 miljoen kinderen, volgens ramingen van UNICEF en de IAO.

Malafide arbeidsbureaus

Terwijl de vier grootste chocoladeconcerns van de wereld hun winsten tijdens de pandemie met 15 miljard dollar zagen toenemen, kunnen de cacaoboeren in Ivoorkust en Ghana niet leven van hun oogst. Hun daginkomen is 1,23 dollar, ze zetten dus zelf nog goedkopere migranten en hun eigen kinderen in.

Migranten, vluchtelingen, kinderen, vrouwen, of huispersoneel bevinden zich in gevarenzones, de grens tussen hun situatie en die van moderne slavernij is flinterdun.

Onderzoek geeft alvast een eerste antwoord op een van mijn vragen. Hoe is slavernij in deze tijden nog mogelijk? De IAO berekende enkele jaren geleden dat moderne slavernij jaarlijks zowat 150 miljard dollar opbrengt voor mensenhandelaars.

Laten we wat dichter bij huis komen. Zagen we vroeger dat het in onze landen om beperkte vormen van georganiseerde slavernij, en veeleer om individuele gevallen ging, dan wordt moderne slavernij meer en meer een collectief gegeven. Niet zelden zijn arbeidsmigranten het slachtoffer. Ze zijn op zoek naar een beter leven en dus naar normaal betaald werk. Malafide arbeidsbureaus trekken ze aan, verplichten ze om een groot bedrag te betalen, meestal met een lening in ruil voor toegang tot een job, in de praktijk een zwaar onderbetaalde baan in mensonwaardige omstandigheden.

Het argument dat ze ondanks alles toch beter betaald worden dan in hun eigen land houdt geen steek. Mensen die in België werken, moeten dit kunnen doen aan de voorwaarden van hier. Anders zijn we onrechtvaardig en organiseren we negatieve concurrentie tussen werknemers.

E-commerce

Dat was zeker het geval bij chemiebedrijf Borealis, dat een grote plasticfabriek ter waarde van 1 miljard euro bouwt in Kallo, in de Antwerpse haven. Borealis deed daarvoor beroep op de Italiaanse bouwgroep Irem, die op zijn beurt beroep deed op onderaannemers Raj Bhar Engineering en Anki Technology.

Wanneer in de zomer van 2022 aan het licht kwam dat 174 arbeiders van Filipijnse, Bengalese, Turkse en Oekraïense afkomst illegaal waren tewerkgesteld, zag ik identieke praktijken als wat ik gezien had in Qatar. Ik had nooit gedacht dat dergelijke schaamteloze situaties ook in ons land zouden mogelijk zijn.

De recente toename van uitbuiting en mensenhandel op onze arbeidsmarkt is geen gevolg van een insijpelende informaliteit, maar van goed uitgekiende systemen en businessmodellen.

Bovendien werden in dezelfde zomer gelijkaardige misbruiken vastgesteld bij Antwerp Container Transport International. Een jaar eerder was in Antwerpen al een school in aanbouw ingestort, waarbij twee Moldaviërs en drie Portugezen om het leven kwamen, en tien gewonden vielen. Ze waren tewerkgesteld door dubieuze onderaannemers.

Enkele maanden later maakte het Arbeidsauditoraat bekend hoe Gent een draaischijf werd voor sociale uitbuiting van Bulgaren. Met maffiose praktijken ronselen koppelbazen werkkrachten, met of zonder papieren, voor het gehele land. Ze strijken woekerwinsten op door de wettelijke lonen niet te betalen en de sociale zekerheid en de fiscaliteit te ontduiken. Dat zijn de woorden van het Arbeidsauditoraat.

Bij invallen in meerdere vestigingen van PostNL in België ontdekten onderzoekers dan weer minderjarigen die pakketten sorteerden aan 4 euro per uur, en pakjesbezorgers zonder papieren. In Nederland is het inmiddels zover gekomen dat zelfstandigen in de e-commerce, wellicht schijnzelfstandigen, broodfondsen oprichten, als ersatz voor sociale zekerheid, net zoals in de 19e eeuw.

Die evoluties zijn geen gevolg van een insijpelende informaliteit, maar van goed uitgekiende systemen en businessmodellen die als doel hebben arbeidsvoorwaarden, arbeidsverhoudingen en het individueel en collectief arbeidsrecht terug te dringen. De Europese Unie schat ondertussen dat in Europa, in 2025, 43 miljoen mensen zullen werken via digitale platformen en daarvan weten we dat de overgrote meerderheid geen werknemersstatuut heeft, het zijn zogenaamd zelfstandigen, dikwijls schijnzelfstandigen.

Albert Heyn

We hebben dus zowel te maken met vormen van moderne slavernij – Borealis was enkel het topje van de ijsberg – als met een steeds verdere informalisering van de arbeidsmarkt.

Het is van een andere orde, maar als supermarktketen Delhaize 9.000 werknemers in de uitverkoop kon zetten, zonder ernstig overleg, en als in Nederland bij Albert Heyn, in dezelfde Ahold-Delhaizegroep, kinderen werken als rekkenvuller vanaf 13 jaar en aan 3,94 euro per uur, dan is dat een inbreuk op de internationale wetgeving over kinderarbeid. Boven al zegt het veel over het businessmodel van de groep.

Onze arbeidswetten en collectieve arbeidsovereenkomsten zijn er met veel strijd gekomen, met de bedoeling de machtsverhoudingen tussen werkgevers en werknemers beter in evenwicht te brengen. Vandaag zijn die regelingen niet voorbijgestreefd, integendeel.

De verwijzingen van Belgische politici naar Nederland als gidsland zijn helemaal onterecht. Ook de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV) zegt dat de informalisering veel te zwaar is doorgeslagen, en dat zelfs de vakbeweging dit sterk heeft onderschat.

Voorbij de boosheid

Wat doen we met al die vaststellingen? Ontgoocheling, ontmoediging, of boosheid helpen weinig, en eindigen meestal in onverschilligheid en afstand. Eerlijke verontwaardiging is beter, maar ook onvoldoende. Wat doen we eraan?

Er zijn tekenen van hoop, omdat er gelukkig mensen en organisaties zijn die de handen uit de mouwen steken. Oplossingen zijn een proces van organiseren, mislukken, herbeginnen en niet opgeven, en worden zelden bereikt in een keer. De perfectie is soms de vijand van het goede. Daarom mag en moet elke stap vooruit gevierd worden, om er moed, kracht en samenhorigheid te putten.

De documentaire Qatar aan de Schelde, van filmmaker Pieter De Vos van sociaal productiehuis Docwerkers, vertelt het verhaal van de uitgebuite werknemers van Borealis, onder leiding van advocaat Jan Buelens en zijn team. Samen met enkele sociale organisaties en vakbonden levert hun werk uiteindelijk concreet resultaat op. Niet alleen voor hen.

Als gevolg van de situatie van Borealis kwamen er extra gespecialiseerde inspecteurs in dienst, stegen de boetes voor bedrijven sterk, en is er een Vlaams decreet over ketenaansprakelijkheid, die de opdrachtgever niet meer laat wegkomen met een simpele doorverwijzing naar de onderaannemers.

We zien nog wel hoe die maatregelen in de praktijk uitdraaien. Ik zou graag nog een beter uitgebouwde taskforce zien in een systeem van samenwerking tussen de federale overheid en de gewesten, klaar om samen op te treden indien nodig. Maar zeker is dat niets gebeurd zou zijn zonder de gevoerde acties.

Actie werkt

Tien jaar na het instortingsdrama van textielfabriek Rana Plaza in Bangladesh, is de veiligheid van textielarbeiders er zeker verbeterd. Het Rana Plaza-Akkoord tussen merken, internationale vakbonden en ngo’s zoals de Schone Kleren Campagne, heeft vele ondernemingen die niet aan de veiligheidscriteria voldeden, verplicht gesloten. Er is nog werk, de lonen blijven te laag, en meermaals vreesde ik dat het akkoord ten onder zou gaan. Maar het akkoord breidt nu ook uit naar andere landen, eerst Pakistan.

De IAO werkte de laatste vijftien jaar hard aan kinderrechten en aan de rechten van de huisarbeiders. Nieuwe goede internationale conventies, C182 en C189, zagen het licht. C190 tegen geweld en intimidatie op het werk werd een nieuwe hefboom. Maar, er is nog werk.

In 2014 kwam de IAO tot een nieuw protocol (P29) dat het verbod op gedwongen arbeid (C29 en C105) en de bestraffing ervan uitbreidt tot alle vormen van moderne slavernij. Zestig landen ratificeerden het, een steunpilaar voor iedereen die opkomt voor de slachtoffers van moderne slavernij. Maar, er is nog werk.

Europese platformrichtlijn

Binnen de IAO wordt onderhandeld over een aanbeveling – of laat ons hopen een conventie – over de arbeidsvoorwaarden voor de platformwerkers van de hele wereld.

Uber, Deliveroo en Bolt kregen Frankrijk, Duitsland, Griekenland en Estland op hun lijn van verzet tegen een Europese platformrichtlijn. 

Alle hoop is gevestigd op de Europese Unie die bijna een Platformrichtlijn klaar heeft en zo de rest van de wereld zou kunnen inspireren. Nadat op 16 januari 2024 alle (bijzonder complexe) onderhandelingsfases waren doorlopen, bleek een maand later hoe machtig de lobby van onder meer Uber, Deliveroo en Bolt is. Zij kregen Frankrijk, Duitsland, Griekenland en Estland op hun lijn. Op die manier konden ze de ontwerprichtlijn vetoën, tegenover 23 lidstaten die wel voldoende sociale moed opbrachten.

Met het einde van deze Europese bestuursperiode in zicht is een akkoord op korte termijn heel twijfelachtig. Toch zal het Europees Vakverbond er terecht blijven op inzetten.

De bewijslast over het statuut werknemer of zelfstandige zou bij de platformen komen te liggen, niet bij de werker. Er zou een systeem van inspecties op de werkplek komen, het platform zou transparant moeten zijn over de gebruikte algoritmes, bijvoorbeeld voor de evaluatie van de werkers, en vakbonden en collectief overleg zouden een centrale rol krijgen.

Loopt het ook fout voor ketenzorg?

Een ander Europees instrument in wording is de Verordening met betrekking tot het verbod op producten gemaakt met dwangarbeid in de Europese Unie of geïmporteerd in de Europese Unie. De Raad keurde die goed op 26 januari 2024, de finale stemming in het Parlement komt eraan. Een verordening is bindende wetgeving voor iedereen, dus ook voor alle bedrijven, groot en klein.

Internationale conventies die landen regels opleggen zijn belangrijk, maar meer is nodig. Andere grote spelers, zoals machtige internationale bedrijven, mogen we niet uit het oog verliezen. Daarop is slechts één afdoend antwoord: ketenzorg of zorgplicht als internationale en als nationale verplichting.

De idee is dat ondernemingen niet alleen verantwoordelijkheid dragen voor hun eigen activiteiten, maar ook voor die van hun dochterondernemingen, onderaannemers en leveranciers voor belangrijke contracten. Dan gaat het zowel over klimaat- en milieuverplichtingen, als over mensen- en werknemersrechten. Een VN-verdrag daarover zou baanbrekend zijn. Dat ligt ter discussie in de Mensenrechtenraad van de VN in Genève, waar ook de IAO haar hoofdzetel heeft, maar met de huidige geopolitieke tegenstellingen zal er wellicht nog veel water door het meer van Genève lopen voor zoiets gerealiseerd is.

Ook de zorgplicht of ketenzorg maakt slechts kans op wereldvlak, als Europa de weg wijst.

IVan de Belgische Europarlementariërs stemden alleen Vlaams Belang en N-VA tegen de ketenzorgverplichting. Maar inmiddels blokkeren Duitsland en Italië het akkoord.

Het Europees Parlement, de Europese Commissie en de Raad bereikten er in de zogenaamde trialoog een akkoord over. In het Parlement stemden van de Belgische Europarlementariërs alleen Vlaams Belang en N-VA tegen. Maar inmiddels blokkeren Duitsland (de liberale FDP) en Italië, onder impuls van de werkgevers, het akkoord.

Niet opgeven

Het Belgische voorzitterschap van de Europese Raad stelde de stemming uit omdat de nodige gekwalificeerde meerderheid van 55 procent niet bereikt zou worden.

Merkwaardig hoe snel het in de politiek kan wijzigen. Angela Merkel was nog een van de promotoren van de richtlijn. Zelfs als het door de Raad geraakt in februari, is een finale goedkeuring in april 2024 door het Parlement hoogst onzeker. Dit wordt meer dan een huzarenstukje voor het Belgisch voorzitterschap.

Volgens de ontwerprichtlijn zouden ondernemingen met meer dan 500 werknemers, of die behoren tot risicosectoren, vallen onder de ketenzorgverplichting. Overtredingen zouden gesanctioneerd worden. Een multinational zoals Primark, die kleding verkoopt in een filiaal in Antwerpen, zou moeten aantonen dat de textielarbeiders in Bangladesh een correct loon krijgen en dat de gebruikte textielverf het milieu niet schaadt.

Als de richtlijn gestemd raakt, is dat een historische stap in de strijd tegen moderne slavernij en uitbuiting. Als dat niet lukt, is het een zware slag voor een massa werknemers in de wereld en moet het werk grotendeels herbegonnen worden. Niet opgeven is het motto.

 

Dit artikel is een geactualiseerde versie van een toespraak bij de opening van de permanente tentoonstelling 'Slavernij', ook vandaag nog in de Brusselse Begijnenkerk, House of Compassion.

Abonnement De Gids

Neem een abonnement op De Gids!

Aanbevolen

'Vrouwenrechten zijn niet onwankelbaar'

Als eerste vrouwelijke voorzitter van vakbondscentrale ACV Voeding & Diensten heeft Pia Stalpaert de ‘mannenwereld van de vakbond’ zich...
   19 april 2024

Dienstenchequebedrijf ACC Domestic Services verliest...

Voor het eerst in ons land verliest een grote speler in de dienstenchequesector zijn erkenning. Vanaf 1 mei mag ACC Domestic Services geen...
   19 april 2024

Sociaal overleg: Iedereen gelijk bij maatwerkbedrijf WAAK...

Bij het maatwerkbedrijf WAAK in Kuurne ijverden de afgevaardigden van ACV Bouw – Industrie & Energie (ACVBIE) de afgelopen periodevoor een...
 West-Vlaanderen  15 april 2024
 

Waarom een onderscheid maken?

Sociale verkiezingen 2024 Sinds 1 januari vorig jaar heeft iedereen bij het Genkse chemiebedrijf Envalior, het vroegere DSM, het bediendestatuut....
 Limburg  15 april 2024