De regering-De Wever zit rond de tafel voor onderhandelingen over de federale begroting. Naar verluidt zoekt ze daarbij tien miljard euro. Die moet onder meer uit een btw-hervorming komen, vertellen insiders.
Een vorige poging daartoe, eind vorig jaar, draaide uit op een sisser. Door een hele reeks uitzonderingen en nauwelijks te verantwoorden onderscheidingen sneuvelde de hervorming toen op het kapblok van de Raad van State. Premier Bart De Wever (N-VA) zelf doopte zijn hervorming een ‘lelijke, stinkende kameel’.
Het algemene btw-tarief zou van 21 naar 22 procent stijgen. De verlaagde tarieven, van 6 en van 12 procent, zouden ‘geharmoniseerd’ worden in één tarief van 9 procent.
Ditmaal moet de btw-hervorming er eenduidiger uitzien. In de praktijk komt dat neer op een platte btw-verhoging.
Het algemene tarief zou van 21 naar 22 procent stijgen. De verlaagde tarieven, van zes en twaalf procent, zouden ‘geharmoniseerd’ worden naar één tarief van negen procent. Voor producten zoals voeding, water, energiekosten of vervoer betekent dat met andere woorden een oplawaai van liefst drie procent.
De rekening is voor werknemers
Voor consumenten lopen de kosten van die btw-verhoging hoog op, berekende de studiedienst van ACV Voeding en Diensten. De twee tariefhervormingen zouden een gemiddelde winkelkar zo’n 350 euro per jaar duurder maken.
Dat treft gezinnen met een laag of gemiddeld inkomen het zwaarst. Uit onderzoek blijkt dat zij een groter deel van hun inkomen uitgeven aan dagelijkse behoeften. Een btw-verhoging die basisproducten duurder maakt, voelen zij het sterkst in hun portefeuille.
Voor de berekeningen bekeek het ACV het gemiddelde beschikbaar inkomen van Belgische werknemers en ging het ervan uit dat bedrijven de btw-verhogingen uiteindelijk volledig doorrekenen aan hun klanten.
Samen met de recente uitkomst van de Vlaamse begrotingsonderhandelingen – met onder meer een lagere kinderbijslag, duurdere dienstencheques en hogere registratierechten – begint dat flink op te tellen voor de koopkracht van Vlaamse werknemers.
Grootste vermogens buiten schot
‘Iedereen zal het voelen’, kondigde premier De Wever aan bij de start van de federale begrotingsonderhandelingen. Maar voor ondernemingen of de allergrootste vermogens lijkt de regering opvallend vriendelijk te blijven.
Over een echte vermogensbelasting reppen de regeringspartijen met geen woord.
Zo kunnen vandaag hun hoge lonen fiscaal gunstig laten uitbetalen in een managementvennootschap en er zitten heel wat gaten in de huidige meerwaardebelasting. Over een echte vermogensbelasting reppen de regeringspartijen met geen woord.
Er zijn nog meer alternatieven. Om te beginnen kan de regering nog een serieuze inspanning leveren om de huidige btw ook effectief te innen. Internationale studies schatten het verschil tussen de verplichte en werkelijk geïnde btw in België op liefst veertien procent, ofwel zo'n zes miljard euro.

