Lokale besturen rollen het nieuwe BOA‑decreet (buitenschoolse opvang en activiteiten) uit, dat voortaan de middelen van buitenschoolse opvang helemaal in handen van lokale besturen legt. Voorheen werden initiatieven in de buitenschoolse kinderopvang door Opgroeien gefinancierd. Het decreet moet een kwaliteitsvol en divers aanbod buitenschoolse opvang garanderen. Het ACV maakt zich echter grote zorgen over de uitvoering ervan, want zowel aanbod als kwaliteit dreigen erop achteruit te gaan.
Sommige besturen bouwen hun eigen opvang af, privatiseren die of vervangen bestaande initiatieven door opvang in scholen. Hierdoor dreigen kinderen nog meer uren op school te moeten blijven, zelfs tijdens vakantieperiodes. Bovendien dreigt er onzekerheid voor ouders door een beperking in aanbod, waarschuwt sectorverantwoordelijke ACV Puls Nathalie Winters ‘De opvang na school is onmisbaar, maar je postcode mag nooit bepalen welke zorg een kind krijgt of welke rechten een begeleider heeft.’
Want ook voor personeel zijn de gevolgen groot: minder werkzekerheid en onzekere arbeidsvoorwaarden. Bovendien stijgt de werkdruk doordat de vaste verhouding van één begeleider per 14 kinderen niet langer verplicht is. Het ACV benadrukt dat kwalitatieve opvang een kerntaak van lokale besturen moet blijven, met voldoende opgeleide en correct verloonde kinderbegeleiders in aangepaste infrastructuur.
Nationaal Secretaris ACV Stijn Gryp: ‘De kwaliteit van de opvang voor het kind en de rechten van een werknemer mogen niet afhangen van gemeentepolitiek, maar moeten worden gegarandeerd via een Vlaams kwaliteitskader met bindende normen. Buitenschoolse kinderopvang is een basisvoorziening, geen luxe. De sector aantrekkelijk houden is daarom zowel voor de begeleiders als voor de gezinnen van het grootste belang.’

