© Unsplash/ Aaron Lefler

De laatste jaren was een schuldindustrie ontstaan die de kosten van een onbetaalde factuur snel deed oplopen. In drie wetten en een Koninklijk Besluit maakte de federale regering daar nu komaf mee. Voortaan staat schuldbemiddeling centraal. Een grote stap voorwaarts.

Sandra Rosvelds, Onderzoek en ontwikkeling beweging.net

Als sociale beweging is het onze missie om rechtvaardige oplossingen te zoeken voor maatschappelijke uitdagingen. Het systeem van schuldinvordering hervormen, dat mensen meer in armoede duwde dan dat het hen eruit hielp, was er zo een. Jarenlang kregen we signalen uit de praktijk dat mensen die hun facturen niet tijdig konden betalen, snel te maken kregen met incassobureaus en deurwaarders, waardoor de aangerekende kosten boven op de initiële factuur opliepen.

De drempels naar de bestaande schuldhulpverlening waren voor velen te hoog. Financiële problemen sleepten lang aan en kosten stegen verder, zodat er in sommige gevallen echt sprake was van een schuldenspiraal, waar mensen nog moeilijk uit geraakten.

Iedereen had er baat bij, behalve schuldenaars

Kenmerkend voor elk systeem is dat het moeilijk te veranderen is omdat heel wat actoren er op een of andere manier baat bij hebben. Voor schuldeisers was het oude systeem van schuldinvordering de snelste weg om onbetaalde facturen te recupereren. Voor gerechtsdeurwaarders en incassobureaus was het een echt verdienmodel geworden, waarbij zij enkel optraden in het belang van hun cliënten, de schuldeisers, ongeacht de positie waarin een schuldenaar zich bevond.

Advocaat-schuldbemiddelaars konden hun klanten wel bijstaan, maar ontmoetten de schuldenaar pas wanneer hij voor een collectieve schuldbemiddeling naar de arbeidsrechtbank was doorverwezen. Dat is behoorlijk laat in de keten, als de problemen al ernstig geëscaleerd zijn. CAW-schuldhulpverlening en OCMW’s boden schuldbemiddeling aan, maar klanten schakelden hen zelf pas laat in het proces in.

Het was voor ons heel duidelijk dat veel onheil voorkomen kon worden als mensen die hun facturen tijdelijk niet meer kunnen betalen, veel vroeger in het proces de gepaste hulp krijgen. Alleen had niemand daar in het oude systeem baat bij.

In plaats van mensen pas schuldbemiddeling aan te bieden wanneer ze er zelf om vragen, moeten voortaan alle actoren van de schuldinvordering mensen van meet af aan wijzen op de mogelijkheden van schuldbemiddeling.

Een wettelijk systeem dat van een klein probleem een groot probleem maakt en mensen dieper in de problemen duwt, is een slecht systeem. Met beweging.net werkten we aan een nieuw voorstel, en lobbyden we daarvoor. In ons voorstel stonden vroeg-detectie, minnelijk invorderen en gecentraliseerde afbetalingsplannen centraal.

In plaats van mensen pas schuldbemiddeling aan te bieden wanneer ze er zelf om vragen en de problemen vaak al geëscaleerd zijn, moeten alle actoren in het systeem van schuldinvordering, zowel schuldeisers als gerechtsdeurwaarders, incassobureaus en advocaten, mensen van meet af aan wijzen op de mogelijkheden van schuldbemiddeling.

Van goede wil

Door mensen met schulden wat meer tijd te geven om orde op zaken te stellen, verhoogt net de kans op terugbetaling van de schulden en wordt een dagvaarding vermeden. De meeste mensen die hun facturen niet kunnen betalen, zijn van goede wil en zullen al het mogelijke doen om hun schulden zo snel mogelijk af te betalen.

Dat neemt niet weg dat er ook een groep is die wel kan, maar niet wil betalen. Zij riskeren nog altijd een dagvaarding. Net zoals er nog een groep is waar van meet af aan duidelijk is dat ze hun schulden niet kunnen terugbetalen binnen een redelijke termijn en dat ze best meteen een collectieve schuldenregeling aanvragen.

Maar voor die nieuwe manier van werken, was een nieuw wettelijk kader nodig. Het oude systeem kende immers geen minnelijke schuldinvordering. In vier stappen heeft de federale regering diverse wetgevingen met betrekking tot schuldinvordering veranderd.

Met de wet Schulden van de consument van 4 mei 2023 worden de schuldeisers aan een aantal nieuwe regels onderworpen. Zo is elke schuldeiser voortaan verplicht de eerste rappel gratis te versturen. Pas bij de tweede herinnering mogen ze kosten aanrekenen, al worden die kosten nu wel wettelijk gelimiteerd. Voortaan is er een forfaitair maximumbedrag, dat mag aangerekend worden boven op de hoofdsom en dat bedrag hangt af van de grootte van de hoofdsom.

Elke schuldeiser is voortaan verplicht om de eerste rappel gratis te versturen. Pas bij de tweede herinnering mogen ze kosten aanrekenen.

Ook de intresten die nog mogen aangerekend worden zijn gelimiteerd tot een marktconforme intrestvoet. Bovendien is de schuldeiser verplicht om bij de tweede rappel de klant meteen te wijzen op de volgende stappen in de procedure en op de mogelijke bijkomende kosten.

De schuldeiser kan er nog steeds voor kiezen om in deze fase (i.e. de tweede rappel) een incassobureau in te schakelen, maar noch de schuldeiser, noch het incassobureau mogen die kosten voor de werking van het incassobureau bijkomend aanrekenen aan de schuldenaar. Dat betekent dat het incassobureau moet werken binnen de wettelijk vastgelegde bedragen. Voor kleine facturen liggen de nieuwe maximumbedragen ver beneden de gangbare tarieven bij incassobureaus.

Voor veel schuldeisers en incassobureaus is het dus niet langer interessant om voor kleine facturen incasso in te schakelen. De schuldeiser zal die kost voor het incassobureau in het vervolg zelf moeten betalen.

Minnelijk

Nog belangrijker is de wet Diverse bepalingen van 30 april 2024 die de definitie van minnelijke invordering inschrijft in het Wetboek van economisch recht en de rol van de schuldbemiddelaar in het leven roept.

Wanneer een schuldeiser in de toekomst beroep doet op een gerechtsdeurwaarder om een onbetaalde factuur in te vorderen, desnoods via gerechtelijke weg, is de gerechtsdeurwaarder verplicht om bij huisbezoek na te gaan of de schuldenaar wel solvabel is. Geeft die aan niet de middelen te hebben om de factuur onmiddellijk te betalen, dan is de gerechtsdeurwaarder verplicht te wijzen op de mogelijkheid van een schuldbemiddelaar.

Wie kan schuldbemiddelaar zijn? Dankzij de wet kan dat elke gerechtsdeurwaarder, advocaat, CAW of OCMW zijn. Het grote verschil is dat zij dan de rol van neutrale en onafhankelijke schuldbemiddelaar aannemen, die zowel in het belang van de schuldeiser als in het belang van de schuldenaar oplossingen zoekt.

De derde en belangrijkste stap is de wet houdende maatregelen in de strijd tegen overmatige schuldenlast, goedgekeurd op 8 mei 2024. Die legt de procedure vast wat een schuldbemiddelaar moet doen wanneer hij overmatige schuldenlast vaststelt bij een klant.

Waar een gerechtsdeurwaarder in het oude systeem vaak aanstuurde op een dagvaarding voor de rechtbank om zo voor zijn klant, de schuldeiser, een uitvoerbare titel te bekomen, is hij nu verplicht om eerst een minnelijke oplossing te zoeken. Op die manier krijgt de schuldenaar de kans om met de schuldeiser een afbetaalplan af te spreken.

Meerdere facturen

Natuurlijk wordt het gecompliceerder als er meerdere onbetaalde facturen bij meerdere schuldeisers zijn, die ook nog eens door verschillende gerechtsdeurwaarders worden opgevolgd. Daarom is er betere en structurele communicatie tussen gerechtsdeurwaarders nodig, zodat er kan worden samengewerkt in het belang van één schuldenaar met meerdere schulden.

Die samenwerking en communicatie gebeurt voortaan aan de hand van drie bijkomende berichten die men moet delen en consulteren in het gezamenlijke Centraal bestand der berichten (CBB). De gerechtsdeurwaarder moet bij elke nieuwe schuldenaar waar hij op huisbezoek gaat, in het CBB nagaan of er al een andere gerechtsdeurwaarder is langsgekomen, of er al een schuldbemiddelaar is aangesteld (bericht van ‘minnelijke schuldbemiddeling’), of er al een afbetalingsplan loopt, en of de schuldenaar in de mogelijkheid is om zijn schulden terug te betalen (bericht van ‘vaststelling van niet-bevinding’).

Een betere en structurele communicatie tussen gerechtsdeurwaarders moet zorgen voor een gecentraliseerd afbetalingsplan voor schuldenaars met meerdere schulden.

 Indien er al een schuldbemiddelaar is aangesteld en er al een afbetalingsplan loopt, dan moet hij de nieuwe factuur aan de schuldbemiddelaar overmaken en wordt de nieuwe onbetaalde factuur aan het afbetalingsplan toegevoegd. Op die manier komt men tot een gecentraliseerd afbetaalplan.

Komt hij zelf als eerste in aanraking met een schuldenaar die aangeeft dat hij zijn onbetaalde factuur niet onmiddellijk kan betalen, dan moet hij zelf die informatie aan het CBB toevoegen, zodat andere gerechtsdeurwaarders en schuldbemiddelaars er kennis van kunnen nemen.

Dat zijn allemaal stappen die het mogelijk maken voor een gerechtsdeurwaarder of advocaat om in het belang van een schuldenaar naar oplossingen te zoeken, zonder de belangen van een schuldeiser uit het oog te verliezen. Een afbetaalplan op maat van de schuldenaar maakt dat de schuld(en) binnen aanvaardbare termijn afbetaald worden, zonder naar een dagvaarding te gaan. De invorderingsprocedure wordt stopgezet en kan pas worden hernomen als de schuldenaar zijn afbetaling niet nakomt.

Financiële stimuli

Waarom is het beter om een dagvaarding te vermijden? Omdat een procedure voor de rechtbank alleen maar meer kosten met zich meebrengt en omdat de schuldenaar het risico loopt dat er beslag wordt gelegd op zijn loon of zijn roerende en onroerende goederen. Voor een gezin met schulden is dat zeer traumatiserend, en heeft het vaak verregaande consequenties.

Maar soms kan een dagvaarding niet vermeden worden en wil de schuldeiser beslag laten leggen op het loon of de goederen. Juist omdat dit zo’n invasieve operatie is, oordeelt de wetgever nu dat er veel omzichtiger met die procedure moet worden omgesprongen.

Zo maakt de wet Strijd tegen overmatige schuldenlast het gemeengemaakt beslag mogelijk. Enkel de eerste deurwaarder die aan huis komt, kan en moet een volledige inventaris maken van de inboedel, juist om te vermijden dat er nadien nog een tweede of derde gerechtsdeurwaarder moet langskomen om een andere deel van de inboedel te noteren.

Nog belangrijker is dat de gerechtsdeurwaarder nu kan oordelen dat de geschatte waarde van de inboedel ontoereikend is om de kosten van de verkoop te vergoeden. Een dergelijke verkoop zou geen enkel nut hebben voor de schuldeiser en de belangen van de schuldenaar bovenmatig schaden. In dat geval is de gerechtsdeurwaarder verplicht de verkoop van de in beslag genomen goederen te weigeren.

Tariefstelsel van 1976

Tot slot is ook het Koninklijk Besluit betreffende de tarieven die gerechtsdeurwaarders mogen aanrekenen gewijzigd. Die zijn vereenvoudigd, transparanter gemaakt en aangepast aan de reële werklast. Het vorige tariefstelsel dateerde nog van 1976 en bevatte financiële stimuli voor gerechtsdeurwaarders om mensen te dagvaarden en hoge kosten aan te rekenen.

Gerechtsdeurwaarders kunnen nu oordelen dat de geschatte waarde van de inboedel ontoereikend is om de kosten van de verkoop te vergoeden. Dan zijn ze verplicht om de verkoop van de in beslag genomen goederen te weigeren.

Minister van Justitie Paul Van Tigchelt (Open VLD) formuleerde het zo: ‘Incentives om kunstmatig de kosten op de drijven, worden weggenomen. We hebben gezorgd voor faire en transparante tarieven. En een solidariteitsfonds komt tussen voor extra kosten op onder andere energie- en schoolfacturen. Zo betaalt de sector zelf mee.’ Ook die wijziging moet vermijden dat er een schuldenspiraal ontstaat.

Al bij al is dat bijzonder goed nieuws voor consumenten. In elke fase – van de factuur tot de dagvaarding en het beslag – zullen zij beter geïnformeerd worden over de gevolgen van het niet-betalen van de factuur. Wie zijn factuur wel wil, maar tijdelijk niet kan betalen, krijgt onmiddellijk schuldbemiddeling aangeboden. Op die manier kunnen de gepaste maatregelen worden getroffen, zoals het opstellen van een afbetaalplan op maat van de inkomenssituatie en met oog op effectieve terugbetaling van de schulden.

Collectieve schuldenregeling verdient actualisering

Wanneer de minnelijke schuldinvordering en de schuldbemiddeling niet gevraagd worden, of niet nageleefd worden en het toch tot een dagvaarding komt, zal de schuldenaar nog maar één keer een deurwaarder over de vloer krijgen om beslag te leggen op de inboedel. Dat blijft een ingrijpende situatie, maar door het gemeengemaakt beslag wordt vermeden dat meerdere gerechtsdeurwaarders hetzelfde komen doen (en daar ook telkens kosten voor aanrekenen).

Finaal blijft het de bedoeling dat de schuld wordt terugbetaald. Alleen via een collectieve schuldenregeling kan die na verloop van tijd worden kwijtgescholden.

Ook de collectieve schuldenregeling verdient een actualisering. Zo is het wenselijk dat er ook na dagvaarding wettelijk de mogelijkheid bestaat voor een minnelijke vorm van collectieve schuldenregeling, waarbij mensen opnieuw de kans krijgen om hun schulden via een afbetaalplan af te lossen, zonder dat er beslag gelegd wordt op hun loon.

Op die manier behouden ze autonomie over hun inkomen en krijgen ze tijd om alles af te betalen op een menswaardige manier. Die hervorming raakte jammer genoeg niet meer goedgekeurd. Hopelijk neemt de volgende regering ze op.

Abonnement De Gids

Neem een abonnement op De Gids!

Aanbevolen

‘Spectaculaire daling van de armoede, dankzij beleid’ 

Na decennia van stabiele, zelfs licht stijgende, armoedecijfers, daalde de armoede in België tussen 2018 en 2022 met liefst 2,5 procent. 'Het gevolg...
   10 juli 2024

‘Jobstudenten houden de boel recht’

Steeds meer scholieren en studenten zijn aan het werk, ook tijdens het jaar. Met gevolgen voor hun studie, maar jongeren zien ook premies, een...
   05 juli 2024

Chinese auto’s pak duurder in aanloop naar handelsoorlog?

Wie een elektrische wagen uit China op het oog heeft, betaalt vanaf vandaag mogelijk tot ruim een derde meer. Daarmee wil Europa de eigen...
   04 juli 2024

Helft ouders kan zomervakantie niet overbruggen

Terwijl de een zich al verheugt op enkele weken vrij, roept de zomervakantie bij heel wat ouders vooral stress op. Elk jaar opnieuw is het puzzelen...
   24 juni 2024