Achter die vraag schuilt meer dan maatschappelijke verbijstering alleen. Ze drukt een behoefte uit om een gebeurtenis die nauwelijks te bevatten is, begrijpelijk te maken. Het zoeken naar het teken dat dit eerder gezien had moeten worden. Een logische vraag omdat we als mens niet kunnen begrijpen waarom iemand zijn partner heeft kunnen doden en niemand dit heeft kunnen vermijden.
Hoewel dit normaal is, schuilt precies daarin een valkuil. Achteraf lijkt de opbouw naar het fataal geweld vaak duidelijker dan het op dat ogenblik was. Signalen die vóór de feiten weinig betekenis leken te hebben, worden plots gelezen als onmiskenbare waarschuwingen. Losstaande gebeurtenissen krijgen samenhang. Twijfel maakt plaats voor schijnbare vanzelfsprekendheid.
Wie de afloop kent, kijkt onvermijdelijk anders naar wat eraan voorafging. Die achterafblik doet geen recht aan de werkelijkheid van fataal partnergeweld. Partnermoord ontstaat niet uit één ruzie, één crisis, of één impulsieve daad. In de meeste dossiers gaat aan de doding een veel langere geschiedenis vooraf waarin controle, angst, afhankelijkheid en geweld elkaar beïnvloeden en geleidelijk van betekenis veranderen. Partnermoord vormt doorgaans niet het begin van het verhaal, maar het laatste hoofdstuk ervan.
Geen enkele risicofactor voorspelt op zichzelf een dodelijke afloop.
Juist daarom volstaat het niet om op zoek te gaan naar één oorzaak. Na een vrouwenmoord wordt vaak gevraagd of er eerder geweld was, of de politie al was tussengekomen, of er sprake was van een heftige relatiebreuk, stalking of middelengebruik bij de dader.
Dat zijn begrijpelijke vragen. Ze helpen om orde te scheppen in een gebeurtenis die zich moeilijk laat bevatten. Tegelijk kunnen ze suggereren dat de verklaring uiteindelijk in één beslissende factor te vinden is. De werkelijkheid is minder overzichtelijk. Geen enkele risicofactor voorspelt op zichzelf een dodelijke afloop. De betekenis ervan ontstaat pas in samenhang met andere ontwikkelingen en met de geschiedenis van de relatie en de betrokkenen.
Belgische feminicidewet
Een relatiebreuk maakt dat duidelijk. Voor de meeste mensen betekent een scheiding het einde van een relatie, niet het begin van ernstig geweld. Binnen een relatie die al langere tijd wordt gekenmerkt door controle en afhankelijkheid kan dezelfde gebeurtenis echter een heel andere betekenis krijgen.
Niet de heftige breuk zelf verhoogt het risico zozeer, maar wel de manier waarop zij ingrijpt in een bestaande machtsverhouding. Hetzelfde geldt voor een aangifte, een contactverbod of een nieuwe partner. Zulke gebeurtenissen veroorzaken op zich geen partnermoord, maar kunnen wel een bestaande ontwikkeling versnellen of zichtbaar maken.
Voor de meeste mensen betekent een scheiding het einde van een relatie, niet het begin van ernstig geweld.
Dat procesmatige perspectief sluit aan bij de manier waarop het begrip femicide zich de voorbije decennia heeft ontwikkeld.
Toen Diana Russell deze term introduceerde in de jaren zeventig van de vorige eeuw, wilde zij zichtbaar maken dat de doding van vrouwen niet los kan worden gezien van de maatschappelijke en gendergebonden context waarin geweld ontstaat.
Marcela Lagarde y de los Ríos verruimde dat perspectief door de verantwoordelijkheid van de overheid te benadrukken om geweld tijdig te herkennen en slachtoffers daadwerkelijk te beschermen. Die evolutie weerspiegelt zich vandaag in België, waar de feminicidewet die op 13 juli 2023 werd ingevoerd, niet alleen aandacht vraagt voor de feiten zelf, maar ook voor preventie, risico-inschatting en bescherming.
Verschuiving
Die verschuiving heeft ook het wetenschappelijk denken veranderd. Lange tijd lag de nadruk in onderzoek op het in kaart brengen van de risicofactoren die bepalend zijn voor een dodelijke afloop. Dat onderzoek heeft belangrijke inzichten opgeleverd, maar maakte tegelijk duidelijk dat afzonderlijke factoren geen voorspellende waarde hebben.
Niet de aanwezigheid van één kenmerk is doorslaggevend, maar de manier waarop gebeurtenissen elkaar beïnvloeden en hoe een situatie zich ontwikkelt. Daardoor verschuift de aandacht steeds meer van het voorspellen van geweld naar het begrijpen en inschatten van patronen in de opbouw van ernstig geweld.
Dat lijkt een subtiel verschil, maar het heeft belangrijke gevolgen voor de praktijk. Een risico-inschatting bestaat niet uit het afvinken van een lijst met waarschuwingssignalen. Zij vraagt dat informatie uit verschillende bronnen wordt samengebracht, dat veranderingen doorheen de tijd worden gevolgd en dat gedragingen worden begrepen binnen de specifieke context waarin zij plaatsvinden.
In functie van adequate maatregelen bij een vastgesteld risico. Een dossier laat zich daarom niet lezen als een verzameling losse foto’s, maar als een film waarin gebeurtenissen pas betekenis krijgen door wat eraan voorafging en wat erop volgde. Vanuit deze inzichten moeten we de vraag verbreden die we ons stellen.
Zo staat niet enkel de vraag centraal: welke gebeurtenis gaf aanleiding tot de dodelijke afloop? Nu ligt de focus op: welke patronen tekenden zich af terwijl het geweld zich ontwikkelde? Pas wanneer we partnergeweld als een geheel van processen begrijpen, wordt zichtbaar waarom sommige situaties geleidelijk escaleren en waarom het herkennen van die ontwikkeling noodzakelijk is om adequaat te reageren op mogelijk dreigend geweld.
Welke patronen tekenden zich af terwijl het geweld zich ontwikkelde?
Dwingende controle
Onderzoek toonde aan dat het dwangmatig controleren van de partner op verschillende levensdomeinen vaak voorkomt in de periode voor partnerdoding. Vaak wordt het subtiel opgebouwd vanaf de start van de relatie.
Dit mechanisme wordt dwingende controle genoemd en als belangrijke risicofactor beschouwd. Daarmee bedoelen we een patroon waarin uiteenlopende gedragingen uiteindelijk hetzelfde doel dienen: de autonomie van de partner beperken en de controle over haar leven behouden.
Fysiek geweld kan daarvan deel uitmaken, maar vormt niet noodzakelijk het uitgangspunt. Controle krijgt ook vorm via intimidatie, vernedering, financiële afhankelijkheid, sociale isolatie, digitale controle of voortdurende bewaking. Juist die geleidelijkheid maakt het patroon moeilijk herkenbaar.
Er is zelden één moment waarop een relatie omslaat. Grenzen verschuiven langzaam. Gedrag dat aanvankelijk wordt ervaren als bezorgdheid of jaloezie krijgt gaandeweg een andere betekenis. Sociale contacten verminderen, keuzes worden aangepast om conflicten te vermijden en de bewegingsruimte van het slachtoffer wordt steeds kleiner. Veel slachtoffers beschrijven achteraf niet één kantelpunt, maar een opeenvolging van kleine aanpassingen waardoor controle geleidelijk genormaliseerd raakt.
Vanuit dat perspectief krijgt een relatiebreuk een andere betekenis. Binnen een patroon van controle betekent zij niet alleen het einde van een relatie, maar ook een verstoring van een bestaande machtsverhouding. Pogingen om opnieuw controle te verwerven kunnen zich vervolgens op uiteenlopende manieren manifesteren: via openlijk geweld, maar ook via gedragingen die op zichzelf weinig uitzonderlijk lijken.
Stalking is daarvan een duidelijk voorbeeld. Wie stalking uitsluitend ziet als een reeks hinderlijke gedragingen, mist gemakkelijk de functie die zij binnen het geweldspatroon vervult. Herhaald berichten sturen, onverwacht opduiken, via derden informatie verzamelen, online toezicht houden of juridische procedures gebruiken, lijken op zichzelf verschillende feiten. Binnen één dossier kunnen zij allemaal hetzelfde doel dienen: contact behouden, invloed uitoefenen en verhinderen dat het slachtoffer zich werkelijk aan de controle onttrekt.
Onderzoek laat zien dat stalking in dit verband veel voorkomt. Dat betekent echter niet dat iedere vorm van controle of stalking uitmondt in feminicide. Wel maakt het duidelijk waarom afzonderlijke incidenten slechts beperkt betekenis hebben wanneer zij los van hun context worden beoordeeld. De relevante vraag is niet alleen wat iemand doet, maar ook waarom, hoe volhardend en welk patroon zich doorheen de tijd aftekent.
Beslissen onder onzekerheid
Wie partnergeweld als een proces begrijpt, kijkt anders naar risico. Niet ieder incident vraagt dezelfde reactie, maar geen enkel incident kan los van zijn context worden beoordeeld. De centrale vraag verschuift van ‘wat is er gebeurd?’ naar ‘welke ontwikkeling tekent zich af?’
Dat betekent dat we de risicomechanismen proberen te doorgronden en in te schatten, in plaats van, zoals lange tijd de nadruk lag, de risicofactoren proberen te identificeren die tot een dodelijke afloop zouden kunnen leiden. Het acht-fasenmodel van Monckton Smith is zo opgebouwd rond acht risicofactoren, die frequent achtereenvolgens voorkomen in de opbouw naar partnerdoding.
In dossiers blijkt achteraf een herkenbare ontwikkeling zichtbaar waarin controleverlies, toenemende fixatie en escalatie elkaar opvolgen. Haar model voorspelt geen feminicide en vormt evenmin een blauwdruk die op iedere situatie kan worden toegepast. De waarde ervan ligt in het zichtbaar maken van patronen die tijdens het geweldsproces kunnen ontstaan. Het helpt professionals om afzonderlijke incidenten niet als losstaande feiten te beoordelen, maar als mogelijke onderdelen van een bredere ontwikkeling.
De geactualiseerde risicofactorenlijst in opdracht van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen is bedoeld als een eerste screening die professionals ondersteunt bij het herkennen van situaties en patronen van verhoogd risico aanleiding.
Vanuit diezelfde gedachte naar patroonherkenning bij partnerdoding werd in opdracht van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen een geactualiseerde risicofactorenlijst ontwikkeld voor politie en parket. Het doel was dus niet om een instrument te ontwikkelen dat een feminicide voorspelt. Geen enkel instrument kan die belofte waarmaken. De lijst is bedoeld als een eerste screening die professionals ondersteunt bij het herkennen van situaties en patronen waarin een verhoogd risico aanleiding geeft tot een grondigere risicoanalyse en tijdige beschermingsmaatregelen.
Daarmee krijgt de rol van risicotaxatie een andere betekenis. Een instrument helpt relevante informatie systematisch te verzamelen en voorkomt dat belangrijke signalen over het hoofd worden gezien.
Het vervangt het professionele oordeel echter niet. Controle, stalking of een recente relatiebreuk zeggen op zichzelf weinig. Hun betekenis ontstaat pas wanneer zij worden geplaatst binnen de voorgeschiedenis van de relatie en de samenhang tussen gebeurtenissen. Risico’s analyseren vraagt niet alleen kennis van risicofactoren, maar ook inzicht in context, dynamiek en escalatie. Die samenhang is zelden zichtbaar vanuit één perspectief.
Politie, justitie, gezondheidszorg en hulpverlening beschikken elk over een deel van de beschikbare informatie. Het slachtoffer kent de dagelijkse werkelijkheid waarin controle, dreiging en angst zich ontwikkelen. Zij merkt veranderingen vaak als eerste op en kan gebeurtenissen plaatsen binnen de geschiedenis van de relatie. Haar perspectief is daarom geen bijkomende bron van informatie, maar een essentieel onderdeel van een zorgvuldige risicoanalyse.
Toekomst voorspellen
Professionals staan daardoor voor een fundamentele uitdaging. Zij moeten beslissingen nemen terwijl de afloop nog onbekend is. Zij beschikken nooit over alle informatie en weten niet welke gebeurtenissen achteraf doorslaggevend zullen blijken. Risicoanalyse is geen poging om de toekomst te voorspellen, maar een hulpmiddel om onder onzekerheid verantwoorde beslissingen te nemen.
Dit proces trachten de Veilig Huizen, een samenwerking tussen politie, justitie en hulpverlening, te realiseren voor alle betrokkenen en partnerorganisaties bij aangemelde dossiers van partnergeweld. Deze verhoogde inzet op risicotaxatie bij politie, justitie en hulpverlening is een positieve evolutie in het kader van preventie en monitoring.
Daarmee keren we terug naar de vraag waarmee dit artikel begon. Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Achteraf lijkt de opeenvolging van gebeurtenissen vaak logisch. In de praktijk bestaat die duidelijkheid niet. Dan gaat het niet om het reconstrueren van het verleden, maar om het herkennen van ontwikkelingen die zich nog ontvouwen.
Feminicide begint niet op de dag van de moord. Het ontwikkelt zich in processen waarin controle, geweld en verlies van autonomie elkaar geleidelijk versterken en persoons- en omgevingskenmerken een invloed hebben. Deze processen laten zich niet met zekerheid voorspellen.
Het kan wel beter worden begrepen en daardoor ook eerder aanleiding geven tot bescherming. Misschien ligt precies daarin de belangrijkste les uit het onderzoek naar feminicide: niet streven naar de illusie van zekerheid, maar leren zorgvuldig te handelen terwijl de toekomst nog openligt.

