De spilindex werd in juni overschreden. Daardoor stijgen de uitkeringen en de wedden van het overheidspersoneel in september normaal met twee procent. Alleen geldt die verhoging dan niet altijd voor het volledige bedrag door de centenindex van de regering-De Wever.
Bij pensioenen en uitkeringen wordt enkel de eerste 2.000 euro bruto volledig geïndexeerd, bij lonen de eerste 4.000 euro bruto. Wie nu een bruto pensioen van boven 2.000 euro ontvangt, zal zijn of haar pensioen dus niet volledig zien stijgen met de hogere levenskosten. In september zijn zo de ambtenaren en 3,5 miljoen uitkeringsgerechtigden aan de beurt.
521 miljoen euro bij de pensioenen
De besparing op de pensioenen alleen loopt tegen 2030 op tot 521 miljoen euro per jaar. Dat berekende het Monitoringcomité, schreef De Tijd gisteren. Het Planbureau raamt de totale netto opbrengst van de hele maatregel op 570 tot 745 miljoen euro per jaar. Van alle groepen die inleveren, dragen de gepensioneerden dus veruit het meest bij.
Daar zijn twee redenen voor. Iets meer dan de helft van de gepensioneerden zit boven het plafond van 2.000 euro, zeker wie een ambtenarenpensioen heeft. Bij ziekte- en werkloosheidsuitkeringen is dat veel minder het geval. Daarnaast houdt de overheid van elke bespaarde euro pensioen het grootste deel over. Bij lonen verliest de schatkist wel een groot deel van haar besparing, want daar vallen ook de belastingen en bijdragen die ze anders int, mee weg. Dat is bij pensioenen sowieso een lager bedrag.
Het verlies blijft bovendien ook in de toekomst doorwerken. Elke volgende indexering vertrekt van het afgetopte bedrag. Na de tweede toepassing in 2028 kan de achterstand oplopen tot vier procent op het deel boven het plafond.
De helft blijft bij de bedrijven
Bij de lonen in de privésector bespaart dus niet de overheid, maar wel de werkgever. Die mag de helft van de uitgespaarde loonkosten houden. Alleen de andere helft gaat via een loonmatigingsbijdrage naar de schatkist. Het Monitoringcomité bekeek alle extra inkomsten en verliezen van de centenindex en besluit dat de aftopping van de lonen in de privésectoren de begroting zelfs geld kan kosten. Werknemers leveren dus koopkracht in voor een begroting die er niet beter van wordt.
Het Monitoringcomité bekeek alle extra inkomsten en verliezen van de centenindex en besluit dat de aftopping van de lonen in de privésectoren de begroting zelfs geld kan kosten.
Nieuw is dat allerminst, want ook na de indexsprong van 2015 gebruikten bedrijven de vrijgekomen ruimte vooral om hun winstmarges te versterken. Dat bleek al eerder uit onderzoek van onder meer de Nationale Bank.
Verdere afbouw
Voor gepensioneerden komt de centenindex bovenop een bredere afbouw. Het nieuwe jaarverslag van de Studiecommissie voor de Vergrijzing toont dat pensioenen de komende decennia trager stijgen dan lonen. Tegen 2070 is een gemiddeld pensioen ongeveer dertien procent minder waard tegenover een gemiddeld arbeidsinkomen. De commissie wijst de recente pensioenhervorming expliciet aan als een van de oorzaken.
‘Dat rapport toont dat gewone mensen de prijs betalen voor de pensioenhervorming’, zegt ACV-voorzitter Ann Vermorgen. ‘In het bijzonder vrouwen zullen de gevolgen dragen, door deeltijds werk en onderbrekingen voor zorg. Achter de cijfers schuilen echte mensen.’
Het ACV trekt samen met de andere vakbonden naar het Grondwettelijk Hof, tegen de centenindex en de pensioenhervorming. Alternatieven zijn er immers wel, zegt het ACV. Vakbonden en werkgevers vroegen eerder ook al samen om de centenindex af te voeren, maar daar ging de regering niet op in.

