© Unsplash/ Accuray

De gezondheidsongelijkheden tussen mannen en vrouwen in België zijn aanzienlijk. De vervrouwelijking van het medisch beroep zal pas een eerste stap naar minder genderongelijkheid zijn, als we ook de zogenaamde neutraliteit van de medische wetenschappen in vraag stellen.

Svetlana Sholokhova, CM-Studiedienst
 08 januari 2024

De wetenschappelijke gegevens laten er geen twijfel over bestaan, vrouwen kampen tijdens hun leven met meer gezondheidsproblemen dan mannen. Ze leven dan wel langer dan mannen, maar het gros van die extra jaren brengen ze door in slechte gezondheid. Feit is dat mannen vaker te maken krijgen met dodelijke ziekten, terwijl vrouwen vaker met niet-dodelijke, invaliderende ziekten. Die ziekten houden lang aan en beperken hun dagelijkse activiteiten zodanig dat hun vermogen om te werken in gevaar komt. 

In vijftien jaar tijd is het aantal vrouwen dat meer dan een jaar niet kan werken verdubbeld tot bijna 15 procent van de werkende vrouwen, terwijl het aantal mannen dat niet kan werken is gestegen van 5 procent in 2005 tot 8 procent in 2021, blijkt uit gegevens van Federaal Planbureau. 

Sterke geslacht

Om de verschillen in gezondheid tussen mannen en vrouwen te verklaren, werd lang de voorkeur gegeven aan biologische hypothesen. Er zijn zeker enkele objectieve verschillen, zoals hormonale systeem. Het hogere oestrogeengehalte beschermt vrouwen bijvoorbeeld tegen hart- en vaatziekten, een van de meest voorkomende doodsoorzaken bij mannen.

Al daalt met de leeftijd en bij het begin van de menopauze het oestrogeengehalte, en verliest het zijn beschermende eigenschappen. Maar doorgaans bieden die biologische verschillen geen afdoende verklaring voor alle verschillen. Vrouwen zijn niet het zwakke geslacht

De gezondheid van mensen wordt immers ook sterk beïnvloed door niet-biologische factoren. Zo spelen de leefomstandigheden een cruciale rol in het risico op gezondheidsproblemen. Daarom bieden economische verklaringen – die de verschillen tussen de economische situatie van mannen en vrouwen benadrukken – meer inzicht dan biologische verklaringen. 

Cijfers van de Europese Commissie en de Gender Equality Index leren dat vrouwen in West-Europa over het algemeen armer zijn dan mannen. Dat beïnvloedt hun gezondheid.

Onderzoek van epidemiologen Richard Wilkinson en Kate Pickett toonde al aan dat arm-zijn mensen blootstelt aan enkele gezondheidsrisico’s. Vooral het tekort aan voldoende economische middelen zorgt ervoor dat mensen hun gezondheid noodgedwongen verwaarlozen om voorrang te geven aan andere dagdagelijkse zorgen. Om nog maar te zwijgen van de impact die stress door economische onzekerheid heeft op de gezondheid.

We weten uit cijfers van de Europese Commissie en de Gender Equality Index ook dat vrouwen in West-Europa over het algemeen armer zijn dan mannen, meer lijden onder discriminatie bij aanwerving en op het werk, en lagere lonen hebben dan mannen.

Verder moeten we kijken naar wat het betekent om een vrouw te zijn in de huidige maatschappij. Dan hebben we het over zogenaamde gendergerelateerde factoren – waarmee we een systeem bedoelen van hiërarchische tweedeling tussen de seksen (man/vrouw) en de voorstellingen en waarden (mannelijk/vrouwelijk) die daaraan worden toegekend. Met gender bedoelen we dus niet zozeer sociale sekse die tegengesteld is aan biologische sekse, maar een sociale relatie, een positie waarmee de ene of andere sekse overeenstemt.

Onze levensomstandigheden worden bepaald door de conformatie aan een van die twee posities, zonder derde optie. De scheidslijn daartussen tekent een verdeling van macht: de ene positie is dominant (man-zijn) en de andere wordt gedomineerd (vrouw-zijn). 

Kent de Belgische gezondheidszorg gendervooroordelen?

Als sociale relatie bepaalt gender alle aspecten van iemands leven, inclusief gezondheid. Een van de genderfactoren die gevolgen heeft voor de gezondheid zijn in de gezondheidszorg ingebakken vooroordelen.3 Dat zijn systematische fouten die niet te wijten zijn aan toeval, of aan menselijke eigenschappen, en die verantwoordelijk zijn voor verschillen in gezondheid. Vermijdbaar, onterecht en onrechtvaardig. 

In welke mate is de Belgische gezondheidszorg onderhevig aan zo’n gendervooroordelen? Is de medische praktijk van preventie, diagnose en behandeling doordrongen van waarden en voorstellingen van de seksen die leiden tot ongelijkheden in gezondheid tussen vrouwen en mannen?

Voor het antwoord op die vraag kijken we naar de toegankelijkheid van de gezondheidszorg, omdat die de bestaande gezondheidsongelijkheden kan verkleinen, kan vergroten, of zelfs nieuwe ongelijkheden kan creëren. 

Toegang tot gezondheidszorg is een multi-dimensioneel probleem. Volgens ons eigen framewerk heeft toegankelijkheid te maken met het vermogen om gezondheidsproblemen van mensen te identificeren (gevoeligheid), het vermogen om gezondheidsdiensten te bereiken (beschikbaarheid), de betaalbaarheid van diensten, en de kwaliteit ervan (aanvaardbaarheid). Elk van die aspecten hangt af van zowel de organisatie van de gezondheidszorg, als van de patiënten zelf.

Ons vermogen om onze gezondheidsbehoeften te kunnen identificeren, hangt grotendeels af van onze levensomstandigheden.

Toegankelijke gezondheidszorg is in de eerste plaats gezondheidszorg die gevoelig is voor gezondheidsproblemen, die objectieve behoeften kan identificeren vanuit een klinisch oogpunt. Hoewel het in principe de mensen zelf zijn die hun eigen behoeften kunnen identificeren, hangt hun vermogen daartoe grotendeels af van hun levensomstandigheden.

Daarom spelen zorgverleners een centrale rol bij het vaststellen van de gezondheidsbehoeften van mensen. Het is aan hen om gezondheidsrisico’s te identificeren (bijvoorbeeld door vroegtijdige screening) en een behandeling op te starten. 

Om de invloed van gender op de toegankelijkheid van de gezondheidszorg te bestuderen vanuit de dimensie ‘gevoeligheid’, moeten we nagaan of er verschillen zijn in de identificatie van gezondheidsbehoeften tussen mannen en vrouwen, die niet verklaard kunnen worden door biologische of economische factoren.

Internationaal onderzoek toont aan dat vrouwen een verhoogd risico lopen om een verkeerde of helemaal geen diagnose te krijgen, terwijl er wel sprake is van een ziekte. Dat geldt zowel voor problemen die specifiek vrouwelijk zijn, zoals aandoeningen van het voortplantingssysteem, als voor ziekten die zowel bij vrouwen als bij mannen voorkomen.

Welwillend seksisme

Neem bijvoorbeeld hart- en vaatziekten, lange tijd gezien als een mannenziekte. Tegenwoordig stellen we vast dat hartaandoeningen vaak ondergediagnosticeerd worden bij vrouwen omdat hun symptomen verschillen van die van mannen. De belangrijkste reden daarvoor is het androcentrisme van de medische wetenschap, die het mannelijke lichaam als referentiepunt neemt. 

Tot op vandaag worden vrouwelijke symptomen als atypisch omschreven. Onderdiagnose leidt vaak tot een verkeerde behandeling. Sommige gezondheidswerkers zijn bijvoorbeeld geneigd invasieve behandelingen te vermijden om redenen die welwillend seksisme genoemd kunnen worden, omdat ze worden gezien als zeer belastend voor vrouwen terwijl ze wel aan mannen worden voorgeschreven.

Gezondheidswerkers zijn geneigd om bij vrouwen 'invasieve' behandelingen te vermijden, omdat ze worden gezien als zeer belastend, terwijl ze wel aan mannen worden voorgeschreven.

Wat is de situatie in België? Uit cijfers van de FOD Volksgezondheid blijkt dat in 2019 veel minder vrouwen dan mannen gehospitaliseerd werden voor hart- en vaatziekten. Zo ondergingen de helft minder vrouwen dan mannen percutane coronaire procedures, behandelingen waarbij de vernauwing van een slagader wordt opengerekt. Volgens RIZIV-gegevens hadden vrouwen in 2021 drie keer minder myocardreperfusies (om de doorbloeding van de hartspier te bekijken) dan mannen. 

Hoe kunnen we die verschillen verklaren? Hebben vrouwen minder vaak hart- en vaatziekten waarvoor invasieve procedures nodig zijn? Het is moeilijk om de precieze prevalentie van hart- en vaatziekten in de bevolking vast te stellen, niet in het minst door de mogelijke onderdiagnose. 

Voor een antwoord op onze vraag, kijken we naar gegevens over twee belangrijke risicofactoren voor coronaire hartziekten: het aandeel zwaarlijvigen, en het aantal rokers in de bevolking. Voor beide laten Sciensano-gegevens geen grote verschillen tussen mannen en vrouwen zien. Terwijl er geen statistisch significant verschil is voor zwaarlijvigheid, was het percentage dagelijkse rokers voor mannen 18 procent en voor vrouwen 12 procent in 2018.

Dat verschil is nog minder uitgesproken als we de leeftijd in acht nemen, aangezien voor vrouwen het percentage toeneemt met de leeftijd tot 64 jaar, wanneer het bijna 17 procent bereikt. 

De verschillen voor die twee indicatoren zijn dus kleiner dan die voor het gebruik van cardiovasculaire zorg. Het is dus heel waarschijnlijk dat de waargenomen verschillen in het gebruik van coronaire zorg door mannen en vrouwen niet de werkelijke prevalentie van cardiovasculaire problemen weerspiegelt, en dat vrouwen te weinig gediagnosticeerd worden en te weinig follow-up krijgen.

Kinderwagen

Om toegankelijk te zijn moet gezondheidszorg ook beschikbaar zijn. Enerzijds gaat dat om de bereikbaarheid van diensten, binnen een redelijke afstand, een redelijke tijd, met voldoende ruime openingstijden en ook gemakkelijk te bereiken.  

Anderzijds moeten mensen ook de toegang kunnen vinden tot die diensten. Zowel op vlak van ruimte (geografische beschikbaarheid), als van tijd (openingstijden of reisduur) ondervinden vrouwen vaker dan mannen moeilijkheden om gezondheidszorg te bereiken. Vrouwen hebben minder vrije tijd dan mannen, als gevolg van een ongelijke verdeling van gezins- en huishoudelijke taken. In België besteden vrouwen gemiddeld 9 uur en half per week meer dan mannen aan huishoudelijk werk en zorgtaken, voor kinderen of oudere familieleden. 

Ze maken ook vaker gebruik van het openbaar vervoer, en bevinden zich daardoor vaker in een situatie van beperkte mobiliteit. Bovendien zijn ze vaker op schok met kinderen en moeten ze zich dus verplaatsen met jonge kinderen of een kinderwagen.

In België is het openbaar vervoer nog onvoldoende afgestemd op personen met beperkte mobiliteit. In Brussel waren in 2018 bijvoorbeeld 94,4 procent van de tramlijnen en 69,4 procent van de buslijnen van de MIVB nog steeds niet toegankelijk voor personen met beperkte mobiliteit.

De Europese EU-SILC-enquête leert dat er significante verschillen waren tussen mannen en vrouwen voor het uitstel van zorg om financiële redenen. Vrouwen melden meer niet-beantwoorde medische problemen.

Bij toegankelijkheid denken we ongetwijfeld het meest aan het financiële aspect, of de persoonlijke bijdrage van patiënten. Door die te beperken, ontmoedigen we mensen niet om zorg te zoeken wanneer ze die nodig hebben. Dat beschermt mensen bovendien tegen het risico om door de zorg in financiële moeilijkheden te komen. De toegankelijkheid van zorg hangt dus sterk af van iemands financiële situatie: hoe lager het inkomen, hoe groter het risico dat ze geen zorg zoeken. 

In West-Europa zijn vrouwen over het algemeen armer dan mannen. In België bedroeg de jaarlijkse loonkloof tussen mannen en vrouwen in 2018 nog ruim 20 procent, en het gemiddelde pensioen van vrouwen bedraagt slechts 79 procent van het gemiddelde pensioen van mannen.

Tot slot leert de Europese EU-SILC-enquête dat er in 2021 statistisch significante verschillen waren tussen mannen en vrouwen voor het uitstel van zorg om financiële redenen. Vrouwen melden meer niet-beantwoorde medische problemen en tandheelkundige zorg om financiële redenen. Voor vrouwen die buiten België geboren zijn, zijn de verschillen nog groter. 

Vaak onderschatten we tot slot nog de aanvaardbaarheidsdimensie van gezondheidszorg. Dat heeft zowel betrekking op de kwaliteit van de verstrekte zorg – vanuit medisch oogpunt én vanuit individuele verwachtingen en keuzes – als op de kwaliteit van de interpersoonlijke relaties tussen zorgverleners en patiënten. Gezondheidszorg die niet als aanvaardbaar wordt ervaren, zorgt voor een bijkomend risico op uitstel vanwege slechte ervaringen.

Feminisering van de zorg

We hebben gezien dat genderstereotypen doordringen in de medische praktijk. Zorgverleners maken hun keuzes niet alleen op basis van hun medische kennis, maar ook op basis van impliciete ideeën over gender. Dat is niet zo verrassend, aangezien geneeskunde als beroep nog steeds sterk gegenderd is.

Neem nu het beroep zelf. In België vormen vrouwen de meerderheid van de gezondheidswerkers. Volgens Belgisch statistiekbureau Statbel maken vrouwen bijna 80 procent uit van alle zorgverleners. Waar respectievelijk 85 en 91 procent van de verpleegkundigen en zorgkundigen vrouwen zijn, lijkt de verdeling bij de artsen gelijker verdeeld, 46 procent van de huisartsen en 45 procent van de specialisten zijn vrouwen. 

Hoe hoger het jaarsalaris voor een medisch specialisme, hoe waarschijnlijker het wordt dat mannelijke artsen er de meerderheid zijn. 

De feminisering van het medisch beroep is duidelijk toe te schrijven aan de jongere generaties, waar het aandeel vrouwen hoger ligt dan bij de oudere generaties. Maar achter die gemiddelde cijfers gaan grote verschillen tussen specialisaties schuil. 65 procent van de artsen in de pediatrie, geriatrie, dermato-venereologie, en kinder- en jeugdpsychiatrie is vrouw.

Voor specialismen zoals orthopedie, neurochirurgie, chirurgie, neuropsychiatrie, cardiologie, stomatologie en radiodiagnostiek is dat minder dan 35 procent. Dat reproduceert stereotypen van vrouwelijke (zachtaardige, attente) en mannelijke (precieze, sterke, autonome, verantwoordelijke) aard, en dreigt het werk van vrouwen te devalueren. 

Als we vervolgens de gegevens vergelijken met salarisgegevens, zien we significante economische ongelijkheden. Hoe hoger het jaarsalaris voor een specialisme, hoe waarschijnlijker het wordt dat mannen er de meerderheid zijn.

Ook in de hoogste besluitvorming zijn mannen in de meerderheid. Volgens onze berekeningen zijn slechts 5 van de 38 leden van de Nationale Raad van de Orde der artsen vrouwen, amper 13 procent van de leden en plaatsvervangers samen. Ook de Belgische Koninklijke Academie voor Geneeskunde telt 16 vrouwen op 86 gewone leden, nauwelijks 1 op de 5. En van de 159 directeurs van Belgische ziekenhuizen zijn er slechts 33 (21 procent) vrouw. 

Neutraal

De vervrouwelijking van het medisch beroep zal niet leiden tot minder ongelijkheden, als niet ook de zogenaamde neutraliteit van de medische wetenschapsnormen in vraag wordt gesteld. De wortel van het probleem ligt in de constructie van kennis, die de ervaringen van vrouwen verwaarloost.

Dat zien we zowel bij onderzoekshypotheses, die uitgaan van veronderstelde overeenkomsten of verschillen tussen mannen en vrouwen, als bij de ontwikkeling van onderzoeksmethodologie, waar de ondervertegenwoordiging van vrouwen een probleem blijft.

Hoe kunnen we de ongelijkheden tussen mannen en vrouwen in de gezondheidszorg in België verminderen? Dat vergt een combinatie van acties op verschillende niveaus. Onze studie, gepubliceerd in oktober 2023, bevat een reeks aanbevelingen voor beleidsmakers en verantwoordelijken in de gezondheidszorg.

Behalve de eliminatie van genderdiscriminatie in kansen, toewijzing van middelen en toegang tot diensten, moet het uiteindelijke doel van die acties zijn om gelijkheid te bereiken in de verdeling van macht, middelen en verantwoordelijkheid. Dat vraagt oog voor verschillende behoeften, in het bijzonder tussen mannen en vrouwen, en voor het huidige genderonevenwicht in de samenleving. 

Abonnement De Gids

Neem een abonnement op De Gids!

Aanbevolen

Tienduizenden patiënten vanaf juli zonder nodige medicatie

Het Deense farmabedrijf Lundbeck haalt onverwacht twee essentiële geneesmiddelen van de Belgische markt. Daardoor dreigen tienduizenden patiënten...
   12 juni 2024

Kun je als patiënt in ziekenwagen zelf het ziekenhuis...

Wie door een medisch noodgeval met spoed naar het ziekenhuis wordt vervoerd, lijkt doorgaans geen zeg te hebben in welk ziekenhuis hij terechtkomt....
   11 juni 2024

Ambitie en hervormingsijver laten heel wat werven achter

Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) toonde veel ambitie. Maatschappelijke gezondheidsdoelstellingen moesten leidinggevend...
   06 juni 2024

Het grote Visie-regeringsrapport

Op welke cruciale beleidsdomeinen boekten ministers van de de Vlaamse en federale regering concrete sociale vooruitgang? Waar schoten ze tekort? En...
   06 juni 2024