Bij de begrotingsonderhandelaars ligt het voorstel op tafel om het vakantiegeld voor gepensioneerden te bevriezen. Gepensioneerde werknemers krijgen dat vakantiegeld in mei, tot maximaal 1.524 euro bruto voor een gezinspensioen en 1.219 euro voor een alleenstaandenpensioen. Tot nu toe volgt het vakantiegeld de automatische indexering van de sociale uitkeringen. Maar de federale regering wil daar mogelijk op ingrijpen door dat bedrag niet meer te verhogen tot 2029.
Na de pensioenhervorming van de regering-De Wever, die op heel wat weerstand botste, raken de begrotingsonderhandelaars zo opnieuw gepensioneerden. Bovendien zou die besparing boven op het schrappen van de welvaartsenveloppe komen. Die enveloppe zorgde ervoor dat uitkeringen boven op de index konden stijgen, maar de regering besliste eerder al om ze te schrappen.
Dure woonzorgcentra
Dat inkomensverlies komt op een moment dat de kosten van de ouderenzorg blijven stijgen. Begin mei van dit jaar bedroeg de gemiddelde dagprijs in een woonzorgcentrum bijna 77 euro, tegenover 74 euro een jaar eerder. Dat is een stijging van bijna drie procent, terwijl de consumptie-index met 3,77 procent steeg. Volgens Vlaams minister van Welzijn Caroline Gennez houden ouderen daardoor meer geld over.
Maar dat klopt niet helemaal, volgens Herman Fonck, voorzitter belangenbehartiging bij OKRA: ‘In juni dit jaar werd de spilindex opnieuw overschreden. Woonzorgcentra konden vanaf september hun prijzen met twee procent netto verhogen, terwijl de bruto pensioenen enkel werden aangepast via de zogenaamde centenindex. Die beperkt de verhoging tot maximaal 40 euro bruto per maand.’
'Ouderen mogen niet in onzekerheid leven over de vraag of zij noodzakelijke zorg nog zullen kunnen betalen wanneer een verblijf in een woonzorgcentrum onvermijdelijk wordt.'
Herman Fonck
Daardoor groeit volgens Fonck bij elke indexsprong de kloof tussen de prijs van een verblijf in een woonzorgcentrum en het beschikbare pensioeninkomen: ‘Een stijging van twee procent van de gemiddelde dagprijs van een woonzorgcentrum zou een meerkost van 47 euro betekenen. Eenzelfde stijging van een gemiddeld netto pensioen van 1.750 euro levert slechts 35 euro extra op. Voor een gemiddelde werknemer met een gemiddeld netto pensioen van 1.565 euro bedraagt die stijging zelfs maar 30 euro. Bovendien geldt voor de indexering van de prijzen van woonzorgcentra geen enkele begrenzing, zoals de centenindex’, berekent Fonck.
Uitholling van pensioenen is onaanvaardbaar
De betaalbaarheid van woonzorgcentra blijft een prangend probleem, kaartte OKRA eerder dit jaar al aan. Uit de rusthuisbarometer van eerder dit jaar bleek dat de gemiddelde prijs met bijna drie procent steeg, terwijl de pensioenen maar met twee procent stegen. Een kamer kost nu gemiddeld 2.359 euro per maand, tegenover een gemiddeld pensioen van 1.787 euro. ‘Gemiddeld moet een bewoner van een woonzorgcentrum meer dan 600 euro per maand opleggen,’ klonk het toen bij Fonck. ‘Als we alleen naar de pensioenen van werknemers kijken, dan loopt het verschil nog verder op. Zij ontvangen gemiddeld slechts 1.601 euro netto per maand. Zij worden dus geacht om meer dan 750 euro per maand op te leggen.’
LEES OOK
OKRA vindt de verdere uitholling van de pensioenen onaanvaardbaar en dringt aan op maatregelen die de financiële toegankelijkheid van de ouderenzorg garanderen. ‘Ouderen mogen niet in onzekerheid leven over de vraag of zij noodzakelijke zorg nog zullen kunnen betalen wanneer een verblijf in een woonzorgcentrum onvermijdelijk wordt.’

