het halfrond van de kamer van volksvertegenwoordigers. tellen onze kabinetten te veel medewerkers? opiniestuk van peter wouters
© ID/Bart Dewaele

‘Schaf ze af, die kabinetten! Zie je wel: die partij bedient haar eigen achterban! Die medewerker zorgt voor zijn eigen bedrijf in de plaats van zijn minister! Lobbygroepen nemen het beleidswerk over! Kabinetsmedewerker komt vanuit een bedrijf dat de minister zal beoordelen! België telt meer dan 1.000 kabinetsmedewerkers, dat is onbetaalbaar!’ 'Het voorbije jaar zagen we kranten- (en facebook-)koppen als dit aan de lopende band verschijnen. Oppositiepartijen en opiniemakers lieten zich gaan, met naast zich ook alle andere mensen die zich een mening vormden over de wijze waarop de uitvoerende macht in ons land zich organiseert', stelt beweging.net voorzitter Peter Wouters.

Wie we niet hoorden zijn de partijvoorzitters, alvast niet die van N-VA, CD&V, Vooruit, Open VLD en Groen. De voorzitters dus, die deelnemen aan een regering. Daarmee gaven alvast zij het signaal dat ze geen raad wisten met de aanvallen en opmerkingen. Zijn ze misschien gegeneerd voor de manier van werken?

Ik geef graag enkele overwegingen, die mij doen besluiten dat de keuze voor een democratie enkele gevolgen in zich draagt waarmee we volwassen moeten omgaan.

De cirkel is eenvoudig: de burger verkiest zijn vertegenwoordiging. Die stellen zich kandidaat via politieke partijen. Het aantal verkozenen vormt de start van een zoektocht naar een meerderheid en eens die gevonden is trachten die partijen een akkoord af te ronden over wat ze zich, alvast op dat moment, voornemen om te doen tijdens hun regeerperiode. De voorzitters van de partijen verdelen de bevoegdheden en stellen per domein een minister voor, die de Koning zal benoemen.

Er is nood aan een deontologisch kader en transparantie over de afspraken binnen de kabinetten

Ik ga ervan uit dat een partijvoorzitter die de bevoegdheid voor bijvoorbeeld openbare werken kan veroveren een duidelijk plan heeft voor dat domein en de basis daarvan in het regeerakkoord heeft kunnen laten opnemen. Vervolgens kan dan de bevoegde minister aan de slag met de maatschappelijke structuren en organen uit dat domein en verzamelt hij rond zich een team dat het beleid voorbereidt en uitvoert. Wekelijks legt hij verantwoording af in de bevoegde commissie en de plenaire vergadering van het parlement.

Er zijn enkele vraagstukken die in dit kader geen zin hebben om verder op in te gaan. Allereerst heeft het geen zin om zich af te vragen of een medewerker van een kabinet gespecialiseerde kennis dient te hebben. Uiteraard is kennis cruciaal, zowel van het domein als van de manier van werken in de betrokken structuren en de parlementaire instellingen. De minister zal daarnaast uiteraard de medewerker selecteren op basis van de loyauteit met de eigen werkingsprincipes of (partij-)ideologische invalshoek. Dat recht heeft die minister omdat de strijd in de verkiezingen is beslecht met zijn of haar aanstelling. Een groene minister selecteert dus kennis bij mensen die de plannen van die minister genegen zijn. Een blauwe minister evenzo. De kritiek op de kennis en de gekleurde loyauteit heeft geen zin. Ze zijn beiden essentieel voor het beleidsvermogen van het kabinet en fouten daartegen zijn dus een absolute blaam voor de betrokken minister.

Vragen over aantallen en vragen over relatieconflicten hebben daarentegen wél zin.

Hoeveel medewerkers behoeft een minister? Mijn voorstel daar is om die keuze te laten afhangen van de bevoegdheidsdomeinen. Interessante uitgangspunten zijn: is er een administratie voor deze bevoegdheid? Zijn er in het regeerakkoord grote hervormingen opgenomen? Zijn er andere grote maatschappelijke spelers in deze bevoegdheid? Hoeveel bevoegdheden dient de minister te combineren? Deze, en zeker nog bijkomend te formuleren vragen, kunnen een basis zijn voor afspraken. Internationale vergelijkingen tonen ons dat er grote verschillen zijn en dat de gevolgde logica dient toegelicht te worden aan de burgers, zodat die de redenering kent en kan beoordelen.

Een tweede soort vragen gaat dan over de relatieconflicten: Is het duidelijk hoe een specialist uit de betrokken sector dient om te gaan met zijn ‘oude’ bedrijf terwijl hij of zij op het kabinet werkt? Is het een betere keuze om ontslag te nemen of kan een tijdelijk verlof of detachering? Dient er na de kabinetsperiode een ontluizingsperiode afgesproken te worden, zoals in nogal wat bedrijven het geval is? Is er een belangenconflict mogelijk waarover afspraken gemaakt moeten worden? Voor mij is dit het moeilijke stuk. De fijne lijn tussen de noodzakelijke expertise en het ongebonden kunnen werken zal altijd de nodige aandacht vragen. Een uitgediscussieerd deontologisch kader en transparantie over de afspraken hieromtrent is welkom en zou de ministers helpen in het uitvoeren van hun werk.

Laat kabinetten maar bevolkt zijn met academische en sectorgevoelige specialisten. Liever geen verzwakt kabinet dat voor alles een consultant moet inschakelen

Kiezen voor een democratie is begrijpen dat ministers een vooringenomenheid hebben die gekleurd is door hun politieke positie. Het is flauw daarop kritiek te geven. Beter is tijd te steken in het overleg met ministers en hun kabinetten en bij uitbreiding alle volksvertegenwoordigers. Een scherpe tegenstelling kan geen kwaad en wellicht beïnvloed je elkaar altijd wel ergens.  Ik zou bevreesd zijn voor het omgekeerde: stel dat we een regering hebben van technocraten of -nog erger- stel dat we in een dictatuur zouden leven. Welke rol zouden in zo’n stelsel de kiezers hebben? Welk rol zouden in zo’n stelsel de duizenden maatschappelijke spelers uit het middenveld hebben?

Ik zie dus weinig reden waarom de partijvoorzitters de voorbije periode niet naar buiten zijn gekomen met hun visie op gezonde kabinetten. Integendeel. Laat die kabinetten maar bevolkt zijn met academische en sectorgevoelige specialisten. Liever dat dan te sterke administraties die onder de radar hun eigen beleid zouden maken of een verzwakt kabinet dat voor alles een consultant zou inschakelen. Hopelijk komen er met goede bijsturingen nog betere kabinetten die sterke voorstellen op de tafels van de ministers leggen. En kunnen wij als gewone mensen voor (in de plaats van tegen) de politiek stemmen.

 

Dit is een langere versie van het opiniestuk dat verscheen in De Morgen van 20 juli 2023.

Peter Wouters - voorzitter beweging.net

 

Visie Nieuwsbrief inschrijven

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief!

Aanbevolen

 

Werkloosheidsuitkeringen beperken, een achterhaald...

Wie werkt zoekt, die vindt werk. Zeker op de krappe arbeidsmarkt van vandaag, lijkt dat een evidentie. Zo ‘evident’ dat heel wat politici vinden dat...
   18 juli 2024
 

‘Geheime prijsafspraken vormen vicieuze cirkel’

De Belgische overheid kon in 2022 gemiddeld 53 procent korting afdwingen op de aankoopprijs van bepaalde geneesmiddelen via geheime prijsafspraken...
   03 juli 2024

Factcheck: hogere minimumlonen doen jobs niet verdwijnen

Verdwijnen er banen als de minimumlonen stijgen? Volgens Nederlandse onderzoekers alvast niet. Meer zelfs: mensen vinden werk in beter betaalde...
   26 juni 2024

De vraag is hoe

Soms gaan de dingen verbazend snel. Of lijkt dat toch zo. Als we de partijleiders en commentatoren horen, lijkt het dat we heel snel nieuwe...
   24 juni 2024