Kinderen die zich zelfstandig en actief kunnen verplaatsen, ontwikkelen niet alleen hun verkeersvaardigheden, maar dragen ook bij aan een leefbare omgeving met minder autoverkeer, minder drukte aan de schoolpoort en meer ruimte voor ontmoeting. Om die actieve verplaatsingen te stimuleren, is een verkeersveilige infrastructuur essentieel. Ouders laten hun kinderen immers pas zelfstandig fietsen wanneer zij vertrouwen hebben in de veiligheid van de route.
Participatieve aanpak
Tijdens onze Strapdagactie aan basisschool Toermalijn in de Kerkstraat gingen we daarom rechtstreeks in gesprek met de gebruikers van het openbaar domein: de kinderen en hun ouders. Hun ervaringen tonen aan dat verkeersveiligheid niet uitsluitend afhangt van infrastructuur, maar ook van de beleving ervan. Een fietsstraat of fietsinfrastructuur is pas echt succesvol wanneer weggebruikers zich er veilig voelen en ze ook effectief gebruiken.
Door lokale ervaringen te verzamelen, krijgen we een beter beeld van waar bewoners kansen en knelpunten zien. Die participatieve aanpak helpt om maatregelen af te stemmen op de dagelijkse realiteit van gezinnen en verhoogt het draagvlak voor toekomstige investeringen in verkeersveiligheid.
Gedeelde verantwoordelijkheid
Onze ambitie blijft om schoolomgevingen uit te bouwen tot veilige, toegankelijke en aantrekkelijke plekken waar kinderen zich zelfstandig kunnen verplaatsen. Investeren in veilige fietsverbindingen, overzichtelijke kruispunten, aangepaste snelheidsregimes en verkeerseducatie vormt daarbij een belangrijke basis. Strapdag herinnert ons eraan dat verkeersveiligheid een gedeelde verantwoordelijkheid is, waarbij beleid, scholen, ouders en weggebruikers samen het verschil maken.
Veilig fietsen begint niet alleen bij infrastructuur, maar ook bij luisteren naar de mensen die er dagelijks gebruik van maken. Daarom blijven we inzetten op participatie, bewustmaking en gerichte maatregelen die bijdragen aan een veilige schoolroute voor elk kind.
Tekst Jonas Vanderhaegen
