Een job die sommigen misschien minder prestigieus of ambitieus vinden, maar waarvan de impact wel elke dag zichtbaar wordt. Helaas krijgt het beroep nog altijd niet de juiste waardering en erkenning. Hoe we naar onderwijs en de rol van de leerkracht kijken, wordt sterk beïnvloed door de tijdsgeest.
In 1991 was Daniël Coens (CVP/cd&v) minister van Onderwijs. Hij zette mee de grote onderwijshervorming van de jaren negentig in gang en maakte duidelijk dat onderwijs moest inzetten op meer dan taal en wiskunde. Ondanks moeilijke besparingen legde hij de focus op jongeren en op de kracht van onderwijs als instrument voor emancipatie. Elk talent moest naar waarde worden geschat.
Dertig jaar later, en verschillende ministers verder, ligt de toon anders. Woorden als talent, emancipatie en diversiteit hebben plaatsgemaakt voor een ‘terugkeer naar de basis’. Huidig minister Zuhal Demir (N-VA) wil net een sterkere focus op hoofdvakken zoals Nederlands en wiskunde. Ambitie, hoge latten, efficiëntie, maximale leerwinst en klasmanagement staan centraal.
De sociale taal maakt plaats voor een bijna economische taal, waarin leerlingen vooral beter moeten presteren. Niet talent en brede vorming staan centraal, maar de punten en kennis die leerlingen kunnen behalen.
Demir drijft door
Die verschuiving is wellicht ook het gevolg van frustraties op de werkvloer. Te veel administratie, te veel differentiatie in de klas en te veel tijd die naar klasmanagement gaat, waardoor er te weinig tijd overblijft om gewoon les te geven. Leerlingen lijken volgens veel leerkrachten minder concentratie te hebben en minder discipline te tonen.
Tegelijk zijn de tijden fundamenteel veranderd: in plaats van strenge autoriteit en hiërarchie voor de klas krijgen leerlingen meer ruimte krijgen om zich te ontwikkelen en moeten leerkrachten op een andere manier gezag verwerven.
Maar nu Demir haar beleid doordrijft, groeit de frustratie op de werkvloer. Haar beleid wordt niet breed gedragen en lost de fundamentele problemen van het onderwijs niet op: het lerarentekort, de hoge werkdruk, de toenemende complexiteit in de klas en de maatschappelijke onderwaardering van het beroep.
Godsdienstlessen zijn vaak nog een van de weinige oases in het lessenpakket.
Haar gevecht met onder andere het katholiek onderwijs en met vakken als godsdienst lijkt vooral symbolisch. Wie denkt dat godsdienstleerkrachten puur dogmatische geloofsovertuigingen door de strot van leerlingen rammen, heeft al jaren geen godsdienstles meer meegemaakt.
Voor de meeste godsdienstleerkrachten is het op gang brengen van gesprek en debat veel belangrijker dan één bepaalde visie. Godsdienstlessen zijn vaak nog een van de weinige oases in het lessenpakket. Een vak waarin de nadruk niet uitsluitend ligt op leerstof verwerken aan een hoog tempo.
Godsdienst vraagt dat leerlingen aan zelfreflectie doen en nadenken over hun plaats in de samenleving. Het is een vak bij uitstek waarin diversiteit en intercultureel leren samenkomen. Een vak waarin waarden als respect, dialoog, inlevingsvermogen en naastenliefde niet enkel als abstracte begrippen worden benoemd, maar ook bevraagd en besproken.
Leren samenleven
Als we leerlingen niet meer in een veilig klaslokaal leren omgaan met diversiteit, maar enkel met talen, wiskunde of andere ‘nuttige’ vakken, dan leren we hen minder om samen te leven. We zijn nochtans een samenleving die hoog oploopt met normen en waarden. Met openheid voor LGBTQ+, vrijheid van mening en diversiteit. In de lessen godsdienst botst het weleens.
De tendensen in de samenleving komen er de klas binnen, terwijl ze in andere vakken aan de oppervlakte blijven. Alleen zo leren we samenleven in verdraagzaamheid.
In mijn lessen zullen maatschappelijke thema’s, dialoog, respect en het bestrijden van vooroordelen opnieuw centraal staan. Onderwijs gaat immers niet alleen over wat een leerling later kan worden, het gaat ook over wie een leerling onderweg wordt.

