De zaak van de Franse Sophie Lainaut, 30 jaar lang cabinemedewerker bij Air France, rond borstkanker en beroepsziekte is een belangrijk precedent, want borstkanker staat niet op lijst van erkende beroepsziektes in Frankrijk, noch in ons land.
Eerder dit jaar in maart deed een Franse rechter in Marseille eveneens een uitspraak in de zaak van een verpleegkundige met borstkanker. De vrouw deed 25 jaar lang nachtdiensten. De rechter in kwestie legde de link tussen haar ziekte en haar intense nachtwerk gedurende jaren. Daarmee wees hij voor het eerst uitdrukkelijk nachtarbeid aan als boosdoener.
Verhoogd risico
Dat nachtarbeid de gezondheid ernstige schade kan toebrengen, is geen verrassing. Uit recent Fins onderzoek bij 42.000 vrouwen die vaak avond- of nachtwerk deden blijkt dat nachtwerkers wel degelijk een verhoogd risico op borstkanker lopen.
Vooral vrouwen boven de 50 blijken een hoger risico te lopen. Wie regelmatig drie opeenvolgende nachtdiensten doet, loopt nog meer risico: maar liefst 64 procent meer. Vrouwen van 50 jaar en ouder die avondshiften werkten, vertoonden een verhoogd risico. Langdurige verstoring van het dag-nachtritme is mogelijk belangrijker is dan incidenteel nachtwerk, zo toont dit onderzoek.
‘Onder experts is er toch wel brede consensus dat nachtarbeid schadelijk is. Maar het harde bewijs voor mensen ontbreekt.‘
Thomas Claessens, arbeidsarts en onderzoeker arbeidstoxicologie aan KULeuven
Toch blijft nachtarbeid en de schadelijke invloed ervan op mensen in een grijze zone. Het IARC (Internationaal Agentschap voor onderzoek naar kanker, red.) buigt zich al enkele jaren over de vraag of nachtwerk kankerverwekkend is. Het bewijs bij dieren is heel overtuigend: ratten die 's nachts aan licht worden blootgesteld en gevoelig zijn voor bepaalde tumoren, gaan die sneller ontwikkelen. Bij mensen is het minder duidelijk. Vooralsnog deelt het IARC nachtwerk dus in als klasse 2, net onder klasse 1, met name waarschijnlijk kankerverwekkend. Ter vergelijking: onder klasse 1 vallen onder meer roken en asbest, waarbij het bewijs onomstotelijk is.
Harde bewijzen ontbreken
‘Net daar ligt de moeilijkheid’, stelt Thomas Claessens, arbeidsarts en onderzoeker arbeidstoxicologie aan KULeuven. ‘Onder experts is er toch wel brede consensus dat nachtarbeid schadelijk is. Maar het harde bewijs voor mensen ontbreekt. Dat ligt dan voornamelijk aan de technische beperkingen van de studies, niet zozeer aan de afwezigheid van een risico’, zegt Claessens.
Ook arbeidssocioloog Christophe Vanroelen ziet hoe de discussie vandaag vaak vastloopt op meer diffuse aandoeningen: ‘Vroeger, zoals in de mijnen, had je een heel aanwijsbare oorzaak: het stof. Die duidelijke aanwijsbaarheid is nu eigenlijk weggevallen. Nachtwerk is maar één voorbeeld daarvan.’
Gezondheid op spel
Dat nachtarbeid op lange termijn schadelijk is, lijdt volgens Claessens geen twijfel. ‘In mijn eigen praktijk zie ik ook hoe verstorend nachtwerk is. Een kleine groep mensen kan er relatief goed tegen. Daarnaast zie ik werknemers die al vrij snel last beginnen ondervinden en bijvoorbeeld niet meer kunnen doorslapen. Maar de grootste groep lijkt er aanvankelijk weinig hinder van te ondervinden. Tot ze 45 of ouder zijn, dan kan je je klok erop gelijk zetten dat die groep slaapproblemen begint te krijgen’, weet Claessens.
Zolang er geen hard bewijs ligt, kan er ’s nachts intussen naar hartenlust doorgewerkt worden. De regering-De Weverversoepelde recent onder andere de regels rond nachtarbeid. Dat de gezondheid van werknemers daarbij in het gedrang komt, lijkt minder van tel.
‘Die verdere versoepeling van nachtwerk is een vreemde keuze. Daarmee maakt men het medische en preventieve ondergeschikt aan economische belangen.‘
Christophe Vanroelen, VUB-arbeidssocioloog
‘Die verdere versoepeling van nachtwerk is een vreemde keuze, althans vanuit mijn blik als gezondheidssocioloog,’ stelt Vanroelen. ‘Eigenlijk draait men de logica nu om: waar nachtwerk vroeger verboden was, mits onderhandelde en gecompenseerde uitzonderingen, kan het nu bijna altijd met enkel grenzen of compensaties van de sociale partners per sector. Daarmee maakt men het medische en preventieve ondergeschikt aan economische belangen. Dat staat haaks op de ambitie om mensen langer en gezonder aan het werk te houden.’
Onderkenning van beroepsziektes
De grote uitdaging ligt dus in het kunnen ‘bewijzen’ van de link tussen werk en gezondheid. Claessens: ‘Beroepsziektes of arbeidsgerelateerde aandoeningen zijn enorm onderkend in Europa. De laatste cijfers uit een Europees initiatief doen ons vermoeden dat er ongeveer 100 000 doden per jaar vallen in Europa door beroepskankers.’ Er gaan vaak decennia over alvorens een aandoening erkend wordt als beroepsziekte door Fedris (federaal agentschap voor beroepsrisico’s, red.).
‘Het systeem van beroepsziekten zoals we het nu kennen, moeten we grondig tegen het licht houden.‘
Kris Van Eyck, expert welzijn op het werk van het ACV
Die drempel is voor veel werknemers dan ook vaak te hoog, waardoor ze een mogelijke erkenning mislopen. ‘Sommige landen staan hier al veel verder in’, meent Claessens. ‘Zo heeft Denemarken centra in de grote ziekenhuizen: specialisten verwijzen door naar arbeidsartsen-toxicologen, die grondige dossiers opmaken en doorsturen naar het Deense agentschap voor beroepsziekten.’
Te laat
‘Erkenning, zowel mentaal als financiële compensatie, blijft belangrijk voor individuele getroffen werknemers’, meent Claessens. ‘Maar ik denk dat de erkenning van een beroepsziekte soms nog belangrijker is voor het collectief. Eens een aandoening erkend is als beroepsziekte, zie je dat er meer aandacht voor komt en dat het op de radar komt van werkgevers en beleidsmakers. Dan komt er ook meer ruimte voor preventie. Want wie de erkenning zelf krijgt, is op dat moment al ziek en voor hem of haar komt het te laat.’
‘Het systeem van beroepsziekten zoals we het nu kennen, moeten we grondig tegen het licht houden’, meent Kris Van Eyck, expert welzijn op het werk van het ACV. ‘Het bestaande systeem lijkt vooral te willen voorkomen dat een werknemer een onterechte erkenning krijgt, maar hierdoor blijvt een grote groep werknemers in de kou staan. Daarom moeten we dringend een een ruimere discussie organiseren met een ‘out of the box’ alternatief voor het open systeem waarbij ten minste de relatie met het beroep kan aangetoond worden.’
Wat is het open en gesloten systeem van Fedris?
In België heb je twee systemen van beroepsziekten: een gesloten systeem met een lijst van criteria, en een open systeem waarbij je zelf een aanvraag kan indienen, zoals nu ook voor borstkanker. Bij het gesloten systeem moet je enkel aantonen dat je ziek bent en dat je blootgesteld bent geweest -het causaal verband moet je niet zelf bewijzen. Bij het open systeem wel, en dat is een enorme uitdaging, zeker voor patiënten die daar amper ondersteuning in krijgen.
En die drempel blijkt veel te hoog, leren recente cijfers van het jaarverslag van Fedris ons. In het open systeem worden jaarlijks meer dan 99 procent van de aanvragen afgewezen. Ter illustratie: in 2025 werden in het open systeem slechts drie beroepsziekten erkend. In het lijstsuysteem -ook wel gekend als het gesloten systeem- ging het om 2590 erkennigen. Kris Van Eyck, expert welzijn op het werk bij het ACV: ‘Dit cijfer illustreert dat het open systeem niet werkt en geen oplossing biedt voor werknemers met beroepsgebonden aandoeingen die buiten de lijst vallen.’

